Wilde planten in Nederland en België

Kalketrip - Centaurea calcitrapa

Frysk: Klaairoggeblom

English: Red star-thistle

Français: Centaurée chausse-trappe

Deutsch: Stern-Flockenblume

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Centaurea komt uit de Griekse mythologie en is genoemd naar de kruidkundige Centaur (half mens, half paard) Chiron. Calcitrapa komt van het Latijnse calx (hiel) en trappa (klem of val), een plant met scherpe stekels.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m september.

Afmeting: 15-60 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


paganum -
CC BY-SA 2.0


paganum -
CC BY-SA 2.0


Javier martin - Public Domain

Wortels: Een penwortel.


europeana.eu -
CC-BY-NC-SA-3.0


europeana.eu -
CC-BY-NC-SA-3.0


europeana.eu -
CC-BY-NC-SA-3.0


europeana.eu -
CC-BY-NC-SA-3.0

Stengels: De opstijgende en bochtige stengels zijn vrijwel kaal, gegroefd en struikachtig vertakt. De plant is enigszins strokleurig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Philmarin -
CC BY-SA 3.0


Solanum -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De veerdelige bladen vormen eerst een rozet. De slippen zijn borstelpuntig (stekelig). De onderste bladeren zijn tijdens de bloei al verdord. De verspreidstaande stengelbladen zijn enkelvoudig gedeeld met lijnvormige slippen. Ze lopen niet langs de stengel af. De bovenste bladen zijn vaak alleen verwijderd gezaagd. Deze zijn lancet- of lijnvormig en met een stekelpunt.


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


paganum -
CC BY-SA 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes worden 0,8-1 cm. De heel kort gesteelde bloemen zijn licht paarsrood, roze of zelden wit. Ze hebben geen grote randbloemen. Op de bloemen kun je klierpuntjes zien. Het aanhangsel van de omwindselbladen, behalve de binnenste, heeft de vorm van een sterke recht afstaande, gele stekel, die aan de brede voet enige zijstekeltjes heeft. De bloemen hebben vijf met elkaar vergroeide meeldraden, een onderstandig vruchtbeginsel en één stijl met twee stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Philmarin -
CC BY-SA 3.0


Philmarin -
CC BY-SA 3.0


Joan Simon -
CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Zaden zonder vruchtpluis. Tweezaadlobbig.


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


herbario.ipe.csic.es


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open tot grazige plaatsen op droge, voedselrijke, matig stikstofrijke, kalkrijke, omgewerkte, vaak betreden of beweide grond (vooral op klei, maar ook op mergel of zand).

Groeiplaatsen: Grazige zeedijken, kalkrijke dijken (riverdijken en zeedijken), zeeduinen (ruderale plaatsen), ruigten (kalkrijke ruigten), bermen, grasland (ruig beweid grasland, krijthellingen, aan de voet van kalkhellingen en kalkgrasland), braakliggende grond en langs paden.

Verspreiding

Wereld: Middellandse Zeegebied, Noord-Afrika, Zuidwest-Azië en Zuid-, West- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Midden-Engeland, Nederland en Duitsland. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Australië.

Nederland: Uiterst zeldzaam. Vroeger in Zeeland, Zuid-Limburg, in het rivierengebied, op Ameland en bij Holwerd. Voor het laatst gevonden in 1964, maar in 1997 groeiden weer vijf planten langs een pad op de Sint-Pietersberg.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in Limburg. Elders verdwenen.
Wallonië:
Archeofyt. Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


British entomology, deel 7, J. Curtis (1823-1840)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


Plantarum seu stirpium icones, deel 2, M. de Lobel (1581)


Deutschlands flora, deel 1, J. Sturm, J.W. Sturm (1796-1798)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 3 (1790)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL