Klaas Dijkstra

Kaal knopkruid
Galinsoga parviflora


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Kaal knopkruid of Galinsoga parviflora is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae).
  • Het is een eenjarige, 20-60 cm hoge plant.
  • De stengels zijn enigszins glanzend en met verspreide, aanliggende haren.
  • De tegenoverstaande bladen zijn eirond, spits en fijn getand.
  • Kaal knopkruid bloeit van juni t/m november.
  • Gevorkte bloeiwijzen met 3-5 mm grote, witte bloemen, maar de buisbloemen zijn geel.
  • Vruchtjes met korte borstels.
  • Kaal knopkruid groeit op zonnige, open plaatsen op droge tot vochtige, voedselrijke, niet te zware en vaak kalkarme grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. hakvruchtakkers, moestuinen, omgewerkte en braakliggende grond, tussen straatstenen, tegen muren, ruderale plaatsen, langs spoorwegen, heggen, omgewerkte bermen en zandstrandjes langs beken en rivieren.
  • Kaal knopkruid komt oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Amerika.
  • In Nederland en België is dit plantje algemeen ingeburgerd.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Buormanskwea

English Gallant Soldier

Français Galinsoga à petites fleurs

Deutsch Kleinblütiges Franzosenkraut

Synoniemen Klein knopkruid

Familie Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Galinsoga is vernoemd naar Don Mariano Martinez de Galinsoga (1766–1797), directeur van de botanische tuin te Madrid. Parviflora betekent met kleine bloemen.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Juni t/m november.

Afmeting 20-60 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Stengels De stengels zijn enigszins glanzend, grasgroen en met verspreide, aanliggende haren. De zijtakken zijn ongeveer aangedrukt behaard.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren De tegenoverstaande bladen zijn eirond, spits en fijn getand. Ze hebben een korte steel en verspreide aanliggende haren op de bladranden en de nerven.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Polygaam. De bloemhoofdjes zitten in gevorkte bloeiwijzen. Ze zijn 3-5 mm. De meestal vijf lintbloemen zijn wit en vaak met drie tanden. De buisbloemen zijn geel. De bloemhoofdjesbodem is kegelvormig, met stroschubben. Deze stroschubben hebben vaak drie spleten en naar de top toe worden ze breder.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een nootje. Het pappus van de lintbloemen bestaat uit enkele korte borstels. Het pappus van de buisbloemen is niet genaald. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, bemeste, niet te zware en vaak kalkarme grond (van zand tot zavel).

Groeiplaatsen Hakvruchtakkers, moestuinen, omgewerkte grond, braakliggende grond, plantsoenen, tussen straatstenen, tegen muren, ruderale plaatsen, langs spoorwegen, heggen, struwelen, omgewerkte plekken in bermen en zandstrandjes langs beken en rivieren.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Amerika, met name Mexico en het Andesgebergte (Peru). In het begin van de 19de eeuw begon de soort in Europa vanuit Duitsland te verwilderen.

Nederland Ingeburgerd in de 19de eeuw (sinds 1863). Algemeen.

België Ingeburgerd. Algemeen. Voor het eerst gevonden in 1827.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0