Kaal knopkruid - Galinsoga parviflora

Frysk: Buormanskwea

English: Gallant soldier

Français: Galinsoga à petites fleurs

Deutsch: Kleinblütiges Franzosenkraut

Synoniemen: Klein knopkruid

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Galinsoga is vernoemd naar Don Mariano Martinez de Galinsoga (1766–1797), directeur van de botanische tuin te Madrid. Parviflora betekent met kleine bloemen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 20-60 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Stengels: De stengels zijn enigszins glanzend, grasgroen en met verspreide, aanliggende haren. De zijtakken zijn ongeveer aangedrkt behaard.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De tegenoverstaande bladen zijn eirond, spits en fijn getand. Ze hebben een korte steel en verspreide aanliggende haren op de bladranden en de nerven.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes zitten in gevorkte bloeiwijzen. Ze zijn 3-5 mm. De meestal vijf lintbloemen zijn wit en vaak met drie tanden. De buisbloemen zijn geel. De bloemhoofdjesbodem is kegelvormig, met stroschubben. Deze stroschubben hebben vaak drie spleten en naar de top toe worden ze breder.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: Een nootje. Het pappus van de lintbloemen bestaat uit enkele korte borstels. Het pappus van de buisbloemen is niet genaald. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, bemeste, niet te zware en vaak kalkarme grond (van zand tot zavel).

Groeiplaatsen: Akkers (hakvruchtakkers), moestuinen, omgewerkte grond, braakliggende grond, plantsoenen, tussen straatstenen, tegen muren, ruderale plaatsen, langs spoorwegen, heggen, struwelen, bermen (omgewerkte plaatsen) en waterkanten (zandstrandjes langs beken en rivieren).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Amerika, met name Mexico en het Andesgebergte (Peru). In het begin van de 19de eeuw begon de soort in Europa vanuit Duitsland te verwilderen.

Nederland: Ingeburgerd in de 19de eeuw (sinds 1863). Algemeen.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Algemeen. Voor het eerst gevonden in 1827.

Wallonië: Ingeburgerd. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl