Hop

Namen

Wetenschappelijk: Humulus lupulus

Nederlands: Hop

Frysk: Hopwynsels

English: Hop (Common hop)

Français: Houblon

Deutsch: Hopfen

Familie: Hennepfamilie, Cannabaceae

Geslacht: Humulus, Hop

Naamgeving: Humulus komt waarschijnlijk van het Latijnse humeo (vochtig zijn), wat slaat op de groeiplaatsen. Lupulus betekent ruwbladig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid, klimplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 2-6 meter.


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0

Wortels: Met uitlopers.

Stengels: De 's winters afstervende stengels worden tot 6 meter lang. Ze zijn vierkantig, door knobbeltjes ruw en rechts windend (met de klok mee).


Rasbak - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


MOs810 - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren zijn handvormig, drie- tot vijflobbig, onder de bloeiwijze ongedeeld, grof getand-gezaagd, gesteeld, aan de voet hartvormig en van boven ruw.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 - CC0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De lichtgroene, 4-5 mm grote mannelijke bloemen vormen pluimen. Ze hebben vijf bloembladen en vijf meeldraden. De vrouwelijke bloemen zijn eveneens lichtgroen. Dit zijn bolletjes (rondachtige vruchtkegels van 2½-3 cm) met elkaar overlappende schutbladen.


Mannelijke bloemen
H. Zell - CC BY-SA 3.0


Mannelijke bloemen
H. Zell - CC BY-SA 3.0


Vrouwelijke bloem
H. Zell - CC BY-SA 3.0


Vrouwelijke bloemen
Bernd Haynoldl - CC BY-SA 2.5

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De tot 3 cm grote, groene hopbellen zijn eivormig. De zaden zijn 3 mm. Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


Rasbak - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Nejmlez - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselrijke, stikstofrijke, humeuze grond (lemig zand, leem, klei stenige plaatsen en soms op venige grond). Deze liaan kan vrij langdurige overstromingen vedrdragen.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, rivier- en beekbegeleidende bossen en moerasbossen), bosranden, heggen, struwelen, hakhout, boomwallen, tegen hekwerken, soms op muren klimmend, plantsoenen, langs spoorwegen (spoorbermen), zeeduinen en waterkanten (op steenglooiingen langs de grote rivieren).

Verspreiding

Wereld: Een groot deel van Europa en Azië, oostelijk tot in Centraal Siberië en Japan). Ook in Noord-Amerika.

Hop - Humulus lupulus

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in het noordelijk kleidistrict en in het Waddengebied.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzaam in de Polders.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Hop - Humulus lupulus

Wallonië: Algemeen, maar zeer zeldzaam in de Ardennen.

Toepassingen

Hopbellen worden al sinds de 9de eeuw gebruikt om bier te kruiden. De bittere geurstof uit de klieren van hopbellen is een kalmerend en maagversterkend geneesmiddel. Bij het kweken zorgt men er voor dat er geen mannelijke planten in de buurt groeien, zodat er geen zaden worden gevormd. Het zaad benadeelt namelijk de smaak. De jonge scheuten werden wel als groente gegeten.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra