Klaas Dijkstra

Heen
Bolboschoenus maritimus


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Heen of Bolboschoenus maritimus is een soort uit de Cypergrassenfamilie (Cyperaceae) .
  • Het is een overblijvende, 40-100 cm hoog wordende plant.
  • Een kruipende wortelstok met bewortelde knollen, die tot enkele cm groot kunnen worden.
  • De rechtopstaande stengels zijn scherp driekantig.
  • De lijnvormige bladen worden tot 1 cm breed en zijn aan de top driekantig.
  • Heen bloeit van juni t/m augustus, maar soms ook tot in de herfst.
  • De roodbruine, 1-2 cm (soms tot 4 cm) lange aren bevatten veel bloemen. Ze zijn meer dan twee keer zo lang als breed.
  • Heen groeit op zonnige plaatsen op natte, voedselrijke grond en in ondiep, zoet, zout of meestal licht zilt water met een slibrijke bodem
  • Heen groeit langs waterkanten, in langdurig onder water staande delen van weilanden, in poelen waar zich regenwater en water uit de duinen verzamelt en in moerassen in het zoetwatergetijdengebied.
  • De plant komt voor in alle werelddelen.
  • In Nederland en Vlaanderen is Heen vrij algemeen, maar in Wallonië zeer zeldzaam.

Uitgebreide beschrijving

FryskHeinebal

English Sea Club-rush

Français Scirpe maritime

Deutsch Strandsimse

Synoniemen Scirpus maritimus, Zeebies

Familie Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Bolboschoenus komt van het Latijnse bulbus (bol). Die naam heeft betrekking op de knopige verdikkingen op de wortelstok. Het tweede deel van de naam (schoenus) is afgeleid van het Griekse schoinos (strik), gebruikt als vlechtwerk, vanwege de taaiheid van de halmen. Maritimus betekent van of aan de zee.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Helofyt of geofyt.

Hoofdbloei Juni t/m augustus, maar soms tot in de herfst.

Afmeting 40-100 cm.


Michel Gaubert - cc by-sa 2.0 fr


Alain Poirel - cc by-sa 2.0 fr


Rosser1954 - cc by-sa 3.0


Christian Fischer - cc by-sa 3.0

Wortels Een forse, kruipende wortelstok met harde, vezelige, bruingrijze, bewortelde knollen, die tot enkele cm groot kunnen worden.


Florent Beck - cc by-sa 2.0 fr


herbariaunited.org


Florent Beck - cc by-sa 2.0 fr


herbariaunited.org

Stengels De rechtopstaande, forse, met merg gevulde stengels zijn scherp driekantig en over bijna de hele hoogte bebladerd.


Liliane Roubaudi - cc by-sa 2.0 fr


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0

Bladeren De lijnvormige bladen zijn vrij vlak, tot 1 cm breed en aan de top driekantig. Naar boven zijn ze ruw op de randen en op de onderkant van de middennerf. Op de overgang van de bladschede naar de bladschijf zie je aan de buitenkant twee lichte vlekken.


Cor Nonhof - cc by-nc-sa 3.0 nl


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


David Eickhoff - cc by 2.0

Bloemen Tweeslachtig. De bloeiwijze is meestal schermvormig of hoofdjesachtig, maar de aar kan ook alleen staan. De roodbruine, 1-2 cm, maar soms tot 4 cm lange aren bevatten veel bloemen. Ze zijn meer dan twee keer zo lang als breed. Aan de voet vind je meestal drie schutbladen, die meestal langer zijn dan de bloeiwijze. De kafjes staan in een spiraal, ze zijn eirond en aan de top ingesneden, waar de middennerf als een naald van enkele millimeters hoogte uitkomt. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. Stijlen met meestal drie stempels (zelden twee).


Rosser1954 - cc by-sa 3.0


Liliane Roubaudi - cc by-sa 2.0 fr


Michel Gaubert - cc by-sa 2.0 fr


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden De glanzend bruine nootjes zijn 3-4 mm lang en 2,2-2,7 mm breed. Op dwarsdoorsnede zijn ze ovaal tot bijna driehoekig. De exocarp (buitenste laag van de vruchtwand) is ongeveer twee keer zo dik als de mesocarp (middelste laag van de vruchtwand). De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


AnRo0002 - cc0


exocarp (buitenste laag) - mesocarp (middelste laag) - endocarp (binnenste laag) - s=zaad
Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Florent Beck - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige plaatsen op natte, voedselrijke, meestal kalkhoudende grond en in ondiep, zoet, zout tot meestal licht zilt water met een organische of licht organische, slibrijke, zeer carbonaatrijke bodem (zand, veen, zeeklei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen Langs rivieren, tichelgaten, afwateringskanaaltjes, sloten, vijvers, plassen, kanalen, grachten en basaltglooiingen, verlandende sloten, kwelders, 's winters overstroomde laagten in zilt weiland, langdurig onder water staande delen van weiland, weilandgreppels, strandvlakten in poelen en slenken waar zich regenwater en water uit de duinen verzamelt, moerassen in het zoetwatergetijdengebied en soms in akkers.

Verspreiding

Wereld In alle werelddelen.

Nederland Inheems. Vrij algemeen.

België Inheems. Vrij algemeen.

Toepassingen

De knolletjes (heenkloten of hanebollen) worden op schorren door overwinterende ganzen graag opgewroet en gegeten. Ze worden ook wel gestoken als voer voor tamme ganzen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0