Hartbladzonnebloem - Doronicum pardalianches

Frysk: Foarjierssinneblom

English: Leopard's-bane

Français: Doronic à feuilles cordées

Deutsch: Kriechende Gemswurz

Synoniemen: Voorjaarszonnebloem

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Doronicum hangt mogelijk samen met het Arabische woord: doronigi, waarmee een giftige plant werd aangeduid, maar volgens anderen is het een verbastering van Dorycnium, een geslacht van vlinderbloemigen, waarvan het melksap gebruikt werd om speerpunten te vergiftigen. Dory betekent speer en knaoo is inwrijven. Pardalianches betekent panterwurgend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli.

Afmeting: 30-90 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Oppervlakkig wortelende, vlezige wortelstokken. Ze zijn behaard op de knopen. Met uitlopers.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Stengels: Meestal meer dan één hoofdje per stengel. Vaak zijn de zijstengels hoger dan het bloemhoofdje bovenaan de hoofdstengel. De stengels zijn tot aan de voet vrij sterk behaard. Onderaan met vele lange klierloze haren en hogerop met korte klierharen en lange klierloze haren.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De rozetbladen zijn eirond-hartvormig. De bladen zijn behaard aan de bovenkant. Ze hebben een lange, dicht behaarde (1-2 mm lang) steel en zijn al of niet getand. De lobben aan de voet overlapen elkaar grotendeels. De stengelbladen zijn eirond tot langwerpig en stengelomvattend.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Polygaam. Soms staan de bloemen alleen, maar meestal staan ze met twee tot zes (zelden tot acht) bij elkaar. De gele bloemhoofdjes zijn 3-6 cm groot. De omwindselbladen zijn driehoekig-langwerpig en hebben een behaarde rand. De randstandige lintbloemen zonder pappus.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: De nootjes zijn zwart. Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, humeuze grond (vrijwel alle grondsoorten, behalve veen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, ravijnbossen, langs bergbeken, parkbossen en landgoedbossen) en struwelen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Zeldzaam.

Toepassingen

Sinds de Middeleeuwen werd zij bij kloosters en kastelen aangeplant. De knollen dienden als medicijn tegen o.a. duizeligheid.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl