Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grote stekelnoot - Xanthium orientale

Frysk:

English: Rough Cockleburr

FranÁais: Lampourde glouteron

Deutsch: GewŲhnliche Spitzklette

Synoniemen: Oeverstekelnoot

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam Stekelnoot heeft te maken met de stekelige vrucht. Xanthium komt van het Griekse xanthos (geel), de soorten werden vroeger gebruikt om geel te verven. Orientale betekent oosters. Strumarium komt van struma (kliergezwel), omdat de plant daartegen werd gebruikt.

Andere soorten: Voorheen werden de drie soorten als ondersoorten beschouwd, maar tegenwoordig worden ze als afzonderlijke soorten onderscheiden: Grote stekelnoot (Xantium orientale), Late stekelnoot (Xanthium strumarium) en Stekende stekelnoot (Xanthium spinosum).

Late stekelnoot komt uit Europa en AziŽ. Deze soort komt in onze omgeving onbestendig voor.
Deze plant is eenjarig en wordt 15-120 cm hoog. De bloei is van juli t/m november. Het kale vruchtomhulsel is 12-15 mm lang, er zijn maar weinig en slappe stekels en de snaveltanden zijn recht. De bladen zijn meestal hartvormig.


Dave Richardson -
CC BY 4.0


Dave Richardson -
CC BY 4.0


leonardohe -
CC BY-NC 4.0


genoamike -
CC BY-NC 4.0

Stekende stekelnoot komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Deze soort komt bij ons alleen als adventief voor.
De plant is eenjarig en wordt 15-30 cm hoog. De bloei is in augustus en september. De stengel heeft bij de bladstelen ťťn of twee sterke driedelige gele stekels. De meestal drielobbige bladen zijn langwerpig-ruitvormig met een lange middenlob. Aan de onderkant zijn ze witviltig. Het vruchtomhulsel is 8-12 mm lang en maar weinig behaard.


faluke -
CC BY-NC 4.0


Frederico Acaz Sonntag -
CC BY-NC 4.0


Jenny Vera -
CC BY-NC 4.0


J. Bailey -
CC BY-NC 4.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juli en augustus.

Afmeting: 30-90 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De stengels hebben paars getinte stengeltoppen. Ze zijn alleen in de onderste helft kort behaard en met stijve, niet gestekelde takken.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande bladen zijn vrij dun, donkergroen, eirond tot driehoekig, borstelharig en met een wigvormig versmalde voet. Ze zijn drie- tot vijflobbig of ze zijn niet ingesneden.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. De bloemhoofdjes zitten in kluwens aan de zijkanten van de bloeistengels of of soms ook aan het eind. De groenachtige hoofdjes zijn 5-6 mm. De bolvormige mannelijke hoofdjes staan boven de eivormige vrouwelijke hoofdjes. omwindselbladen met rechte of haakvormige stekels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Erop -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rijpe bolster (het vruchtomhulsel) is donkergroen en onderaan ijl en bovenaan dicht bestekeld. De bolster is 1-3 cm lang, is meestal behaard en heeft gekromde stekels. De snaveltanden zijn recht of gekromd. Tweezaadlobbig.


Willie Riemsma -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Roger Culos -
CC BY-SA 3.0


Han van Yperen - waarneming.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige tot natte, voedselrijke, met name stikstofrijke grond.

Groeiplaatsen: Waterkanten (periodiek ondergelopen zand- en grindoevers langs rivieren en plassen en rivierstrandjes) en  uiterwaarden.

Verspreiding

Wereld: Grote stekelnoot: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. De plant is ingeburgerd in o.a. Europa, behalve in het noordelijkste deel, in Zuid-Amerika, AziŽ en AustraliŽ.
Late stekelnoot: Oorspronkelijk uit Europa en AziŽ. Nu wereldwijd.
Stekende stekelnoot: Oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Ingeburgerd in veel andere gebieden.

Grote stekelnoot

Late stekelnoot

Stekende stekelnoot

Nederland: Grote stekelnoot: Vrij zeldzaam in het rivierengebied van Midden-Nederland en langs de Maas in Limburg. Ingeburgerd sinds 1957.
Late stekelnoot: Vrij zeldzaam. Het meest in stedelijke gebieden. Niet ingeburgerd.
Stekende stekelnoot: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.

Grote stekelnoot

Late stekelnoot

Stekende stekelnoot

Vlaanderen: Grote stekelnoot: Zeldzaam ingeburgerd langs de Maas.
Late stekelnoot: Niet ingeburgerd.
Stekende stekelnoot: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.
WalloniŽ
Grote stekelnoot: Niet in WalloniŽ.
Late stekelnoot: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.
Stekende stekelnoot: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Grote stekelnoot

Late stekelnoot

Stekende stekelnoot

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Stekende stekelnoot
Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 4 (1800)


Cleyn Clissen
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Flora regni borussici, deel 11, A.G. Dietrich (1843)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 5, T.F.L. Nees von Esenbeck (1845)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


A curious herbal, deel 2, E. Blackwell (1739)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amťdťe Masclef (1890)


Xanthium
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Botanische wandplaten


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


New KreŁterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Herbarium Blackwellianum, deel 5, E. Blackwell (1765)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL