Grote centaurie - Centaurea scabiosa

Frysk: Grutte roggeblom

English: Greater knapweed

Français: Centaurée scabieuse

Deutsch: Große Flockenblume

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Centaurea komt uit de Griekse mythologie en is genoemd naar de kruidkundige Centaur (half mens, half paard) Chiron. Scabiosa is afgeleid van het Latijnse scabies (schurft), dus schurftkruid.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m oktober.

Afmeting: 30-120 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een forse, half-houtige, meerkoppige wortelstok.


hasbrouck.asu.edu - cc by-nc 3.0


plantdata.bio.cmich.edu - cc by-nc 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, kantige, geribde stengels zijn alleen in de bovenste helft vertakt, maar soms zijn ze niet vertakt. Aan de voet zijn de stengels vaak omhuld door vezelige vergane bladresten. Ze zijn ruw door korte borstelharen.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De verspreidstaande, iets leerachtige bladen zijn geveerd (maar soms niet gedeeld) met langwerpig-eironde, min of meer afgeronde en meestal gaafrandige zijslippen. De onderste bladen zijn gesteeld.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande (aan de top van de stengel en zijstengels), roodpaarse bloemhoofdjes zijn 3-5 cm lang en 1½-2½ cm breed. De stralende randbloemen zijn veel langer dan de binnenste bloemen. De omwindselbladen zijn groen met zwarte driehoekige aanhangsels met kamvormige franje,zonder korte stekel aan de top en zonder of met zwakke overlangse nerven. Tussen de bloemen staan stroschubben op de bloemhoofdjesbodem. De bloemhoofdjesbodem is zilverig glanzend. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchtjes zijn strobruin, tot 0,5 cm, met bijna even lang, iets paarsig gekleurd vruchtpluis. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op matig droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofarme, kalkrijke grond. Vooral op hellingen (zand en mergel).

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland, kalkhellingen en ruig grasland), bermen, langs holle wegen, dijken, langs spoorwegen (spoordijken en oude spoorwegbeddingen), struwelen, heggen, bosranden, braakliggende grond, zeeduinen (wegbermen) en soms akkers (akkerranden).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa en West- en Midden-Azië.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl