Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grote bergsla - Cicerbita macrophylla

Frysk:

English: Common Blue-sow-thistle

FranÁais: Laitue ŗ grandes feuilles

Deutsch: GroŖblšttriger Milchlattich

Synoniemen: Lactuca macrophylla, Mulgedium macrophyllum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Macrophylla betekent grootbladig.

Ondersoorten: In BelgiŽ komen twee ondersoorten voor: subsp. uralensis en subsp. macrophylla.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli en augustus.

Afmeting: (50-)100-350 cm. Subsp. macrophylla wordt tot 350 cm hoog en subsp. uralensis tot 200 cm.


natureastherapy - cc by-nc 4.0


Terry Instone - cc by-nc 4.0


Pšlvi Salo - cc by-nc 4.0


Dave - cc by-nc 4.0

Wortels: Een kruipende, lange wortelstok De plant vermenigvuldigt zich onder de grond.


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


Meise Botanic Garden - cc by-sa 4.0

Stengels: Een rechtopstaande, niet vertakte, bebladerde en behaarde stengel, die bovenaan met geelachtige klierborstels is bezet. Pas in de bloeiwijze vertakt de plant zich.


Agnieszka Kwiecien - cc by-sa 4.0


Agnieszka Kwiecien - cc by-sa 4.0


esdena - cc by-nc 4.0


esdena - cc by-nc 4.0

Bladeren: De grote wortelbladen zijn niervormig vindelig, met een grote, hartvormig-eironde, ongelijk getande topslip en meestal een paar driehoekige zijslippen, die in een lange, naar boven gevleugelde, getande steel is versmald. Aan de onderkant zijn ze op de nerven ruw behaard. De onderste stengelbladen lijken op de wortelbladen en hebben een gevleugelde, aan de voet verbrede, hartvormig stengelomvattende steel. De bovenste, kleine bladen zijn langwerpig-lancetvormig tot lijnvormig. Ze zijn  gewimperd door klierborstels. Aan de onderkant met harspuntjes.
Subsp. macrophylla: De eindlob van de basale bladen worden tot 40 cm lang.
Subsp. uralensis: De eindlob van de basale bladen worden tot 25 cm lang (vaak minder).


Rosser1954 - cc by-sa 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - cc by-sa-2.0 fr


Aleksandr_Levon - cc by-nc 4.0


whinaem - cc by-nc 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De vrij grote bloemhoofdjes vormen een losse, scherm-pluimvormige bloeiwijze. Het omwindsel is cylindrisch-klokvormig. De dakpansgewijs liggende blaadjes zijn eirond-Iancetvormig, met harspuntjes en enige klierborstels. De bloemen zijn roodachtig-lila tot blauwachtig.
Subsp. macrophylla: De onderste bloeiwijze takken zijn aan de basis 2-3,5 mm breed. Klierharen in de bloeiwijze zijn zeer dicht, ongelijk van lengte en 0,5-2 mm lang.
Subsp. uralensis: De onderste bloeiwijze takken zijn aan de basis 1-2(-2,5) mm breed. De klierharen in de bloeiwijze zijn vaak minder dicht, niet even lang en ongeveer 1 mm lang.


Agnieszka Kwiecien - cc by-sa 4.0


Rosser1954 - cc by-sa 4.0


bogmyrtle - cc by-nc 4.0


Daniel Petersen - cc by-nc 4.0

Vruchten en zaden: Een spoelvormige dopvrucht zonder snavel. Het pappus is wit. Het bestaat uit twee rijen: een binnenste van haar en een buitenste van korte wimpers. Beide ondersoorten planten zich in BelgiŽ waarschijnlijk alleen voort d.m.v. de wortelstokken. Rijpe vruchten zijn nog niet aangetroffen. Tweezaadlobbig.


Agnieszka Kwiecien - cc by-sa 4.0


Agnieszka Kwiecien - cc by-sa 4.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op min of meer vochtige grond.

Groeiplaatsen: Bermen, bosranden, heggen, taluds, ruigten, rivieroevers, voormalige spoorwegen en langs vijvers.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit de Kaukasus.

Nederland: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

WalloniŽ: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.
Subsp. macrophylla is sinds 1989 bekend in de omgeving van Spa.
Subsp. uralensis is sinds 1999 bekend van een voormalige spoorlijn bij Spa. Sinds 2001 in bermen in Hierges. Daarna ook elders.

©2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl