Klaas Dijkstra

Groensteel
Asplenium viride


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Lan G. - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Groensteel of Asplenium viride is een soort uit de Streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
  • Het is een overblijvende, 10-35 cm hoge varen.
  • De schubben op de wortelstok zijn eenkleurig.
  • De relatief korte bladsteel is alleen onderaan vaak bruinzwart. Hogerop is deze groen, evenals de middennerf.
  • De bladen zijn langgerekt, enkelvoudig geveerd en diep gekarteld of gelobd.
  • Groensteel heeft rijpe sporen in juli en augustus.
  • Sporen aan de onderkant van de deelblaadjes.
  • Groensteel groeit op beschaduwde plaatsen op meestal vochtige, vaak kalkrijke grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. vochtige muren, langs beschaduwde bosgreppels en rotsachtige plaatsen.
  • Groensteel  komt voor in koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond.
  • In Nederland is deze varen zeer zeldzaam ingeburgerd. In België is de plant zeer zeldzaam inheems.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Grien stienfearke

English Green Spleenwort

Français Asplénium à pétiole vert

Deutsch Grüner Streifenfarn

Synoniemen Asplenium ramosum

Familie Aspleniaceae (Streepvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Asplenium komt van het Griekse a (niet) en splen (milt), omdat men dacht dat het gebruik een opgezwollen milt zou doen inkrimpen. Viride betekent groen.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Rijpe sporen Juli en augustus.

Afmeting 10-35 cm.


Bernd Haynold - cc by-sa 3.0


Marko Vainu - cc by-sa 3.0


MurielBendel - cc by-sa 4.0


MurielBendel - cc by-sa 4.0

Wortels De schubben op de wortelstok zijn eenkleurig. Ze hebben geen donkere middenstreep, zoals bij de Steenbreekvaren.


web.corral.tacc.utexas.edu - cc0-1.0


usuherbarium.usu.edu - cc0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu - cc0-1.0


bisque.iplantcollaborative.org - cc by-nc 3.0

Stengels De relatief korte bladsteel is alleen onderaan vaak bruinzwart. Hogerop is deze groen, evenals de middennerf. De stengels zijn niet gevleugeld.


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Genevieve Botti - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren De bladveer is 5-20 cm lang en heeft tot 60 verspreid staande deelblaadjes. De bladen zijn langgerekt, enkelvoudig geveerd, diep gekarteld tot gelobd en geelgroen (het blad en ook de bladspil). De bladvoet staat iets scheef en is breed wigvormig. De deelblaadjes zijn wat groter dan die van Steenbreekvaren. Ze sterven af in de winter, maar blijven wel aan de bladspil vast zitten (bij Steenbreekvaren laten ze na de winter los van de bladspil).


MurielBendel - cc by-sa 4.0


Michael Gasperl - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Sporen Sporen aan de onderkant van de deelblaadjes. De sporenhoopjes zijn eerst lijnvormig en bereiken de bladrand niet. In rijpe toestand raken de sprenhoopjes elkaar wel.


MurielBendel - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Biotoop

Bodem Beschaduwde plaatsen op vrij droog tot meestal vochtig, vaak kalkrijk, niet te voedselarm tot matig voedselrijk, venig zand en op stenige plekken.

Groeiplaatsen Sluismuren, kalkrijke vochtige muren, langs beschaduwde bosgreppels en rotsachtige plaatsen.

Verspreiding

Wereld Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond. Het is voornamelijk een gebergteplant.

Nederland Ingeburgerd tussen 1950 en 1974. Zeer zeldzaam.

België Inheems. Zeer zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0