Griekse alant - Inula helenium

Frysk:

English: Elecampane

Français: Grande Aunée

Deutsch: Echter Alant (Helenenkraut)

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Inula is mogelijk afgeleid van het Griekse helen (korf), vanwege het ruime omwindsel om de hoofdjes, maar misschien is de naam ook een verbastering van Helenium, naar Helena van Troje. Inula zou echter ook kunnen zijn afgeleid van hinnulus (een jonge muilezel) en was goed voor zowel muilezels als mensen. Het werd door de eeuwen heen een belangrijk paardenmedicijn. Helenium verwijst naar naar Helena van Troje. Helenion betekent stralende of schitterende (de naam is verwant met hèlios, dat zon betekent).

Opmerking: Griekse salant lijkt op de Trosalant (Inula racemosa). Ook komen er tussenvormen van beide soorten voor (waarschijnlijk de hybride).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli en augustus.

Afmeting: 90-200 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Wortels: Een dikke, knolvormige, vertakte, aromatisch ruikende wortelstok.


Rowan McOnegal - cc by-nc 4.0


biodiversity naturalis - cc0

Stengels: De stevige, rechtopstaande stengel is gegroefd, ruig behaarde (bovenaan iets viltig) en naar de top vertakt en los bebladerd.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0

Bladeren: De eivormige, elliptische tot lancetvormige bladen zijn ongelijk gekarteld-getand. Aan de bovenkant zijn ze groen en iets ruw en aan de onderkant fluweelachtig viltig. De zeer grote (tot 50, maar soms tot 80 cm lange) wortelbladen zijn langwerpig-elliptisch, vaak spits en in de bladsteel versmald. De hogere stengelbladen zijn hartvormig-eirond, iets stengelomvattend en toegespitst. Naar boven toe worden de bladen steeds kleiner.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De gele bloemen vormen samen een tuilvormige bloeiwijze. De vaak meer dan 6 cm grote bloemhoofdjes zijn lang gesteeld. De 3-4 cm lange, gele lintbloemen zijn langer dan het omwindsel. De goudgele buisbloemen zijn vijfspletig. De groene omwindselbladen overlappen elkaar dakpansgewijs en zijn lancet- tot lijnvormig. De buitenste zijn breder dan 4 mm, de binnenste smaller en aan de top verbreed.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: De 3-5 mm lange nootjes zijn lichtbruin, bijna vierhoekig, glad en met een drie maal zo lange haarkroon. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige, voedselrijke, neutrale tot licht kalkhoudende grond (mergel of kleiige grond).

Groeiplaatsen: Grazige plaatsen, braakliggende grond en bosranden.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en West- en Midden-Azië.

Nederland: Niet ingeburgerd. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl