Gewone melkdistel - Sonchus oleraceus

Frysk: Stikeltiksel

English: Smooth Sow-thistle

FranÁais: Laiteron maraÓcher

Deutsch: Kohl-Gšnsedistel

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Sonchus komt van het Griekse somphos (hol of zacht), waarschijnlijk vanwege de broze, holle stengel. Oleraceus betekent als groente gebruikt of in moestuinen groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m november.

Afmeting: 30-90 cm.


Konrad Lackerbeck - cc0


Rob Hille - Public Domain


Zeynel Cebeci - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels: Een penwortel.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De geribde, rechtopstaande, blauwgroene stengels zijn vrij sterk vertakt en niet of alleen in de bloeiwijze klierachtig behaard. Met wit melksap.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De verspreidstaande, langwerpig-eironde bladen hebben een vrijwel vlakke rand met breed-driehoekige tanden en meestal met zwakke stekeltjes (stekels op de slipjes, die meer breed dan lang zijn). Ze zijn diep gedeeld (veerdelig) met een grote driehoekige tot spiesvormige eindlob (de eindslip is meestal groter dan de overige) of ze zijn ongedeeld met spitse, afstaande oortjes. Ze zijn stengelomvattend, meestal grijsgroen en vaak paarsig aangelopen.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes zijn 1-2 cm. De hoofdjes staan bij elkaar in een tuilvormige bloeiwijze. De lintbloemen zijn vaak bleekgeel, de buitenste zijn van onderen zilverig tot iets paarsrood. Er zijn geen buisbloemen. Het blauwachtig grijsgroene omwindsel is kaal of min of meer beklierd. Het vruchtbeginsel is onderstandig en de stijl en stempel zijn enigszins paarsig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


H. Zell - cc by-sa 3.0


Neelix - Public Domain

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rijpe, ongeveer 3,5 mm lange zaden zijn maar weinig afgeplat, roodbruin met afgeronde hoogteribben en dicht bij elkaar staande dwarsricheltjes. De zaden hebben geen vleugels. De tandjes van het witte vruchtpluis staan naar de top gericht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Benjamin Zwittnig - cc by 2.5 si


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte, zwak zure tot kalkhoudende grond (alle grondsoorten, maar minder op veen).

Groeiplaatsen: Akkers (hakvruchtakkers), moestuinen, bermen (open plekken), braakliggende grond, ruigten, plantsoenen, tussen straatstenen, langs stoepranden, tegen en op (oude) muren, puinhopen, bij kuilvoerhopen, mesthopen, afgravingen (kalkgroeven en leemgroeven), ruderale plaatsen, waterkanten (aanspoelselgordels), vloedmerk aan de zeekust, heggen en bosranden.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa en AziŽ.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Algemeen.

WalloniŽ: Inheems. Algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl