Klaas Dijkstra

Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata


Klik op een afbeelding om te vergroten.


T. Kebert - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Gevlekt zonneroosje of Tuberaria guttata is een soort uit de Zonneroosjesfamilie (Cistaceae).
  • Het is een eenjarige, 5-40 cm hoge plant.
  • Een ondiep wortelstelsel zonder penwortel.
  • Rechtopstaande, al of niet vertakte, behaarde stengels die vaak rood zijn aangelopen.
  • De onderste bladen zijn eirond tot langwerpig en de drie nerven lopen parallel. De hogere blaadjes zijn smaller met één nerf.
  • Gevlekt zonneroosje bloeit van mei t/m augustus.
  • IJle schichten met citroengele bloemen en met bij de voet meestal een roodbruine vlek.
  • Een doosvrucht met drie kleppen.
  • Gevlekt zonneroosje groeit op zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. duinvalleien en kale rotsen.
  • Gevlekt zonneroosje komt oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en West-Europa.
  • In Nederland is het een zeer zeldzame inheemse plant. In België is de plant eveneens zeer zeldzamam, maar niet ingeburgerd.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Sinneroaske

English Spotted Rock-rose

Français Hélianthème à gouttes

Deutsch Geflecktes Sandröschen

Synoniemen Helianthemum guttatum, Xolantha guttata

Familie Cistaceae (Zonneroosjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Tuberaria betekent waarschijnlijk knolachtige zwellingen op de wortel. Guttata betekent met druppels of vlekken.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Mei t/m augustus.

Afmeting 5-40 cm.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas


Paul Fabre - cc by-sa 2.0 fr


Tigerente - cc by-sa 3.0


LC-de - cc by-sa 3.0 de

Wortels Een ondiep wortelstelsel zonder penwortel.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels De rechtopstaande stengels zijn al of niet vertakt, behaard en vaak rood aangelopen.


Alexmalloo - cc by-sa 4.0


Alexmalloo - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Bladeren Bladen in een wortelrozet en langs de stengel. De onderste bladen zijn tegenoverstaand. Ze zijn eirond tot langwerpig (lancetvormig) en de drie nerven lopen parallel. Ze hebben geen steunblaadjes. Hogerop staan de bladen voor een deel verspreid. Deze blaadjes zijn smaller (lijnlancet- tot lijnvormig), met één nerf en steunblaadjes, die tot ruim half zo lang als het blad worden.


Genevieve Botti - cc by-sa 2.0 fr


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De bloeiwijze heeft meestal geen schutblaadjes. De bloemen vormen ijle, meestal niet bebladerde schichten, die aan het eind van de bloei ongeveer half zo groot zijn als de hele plant. De kroonbladen zijn citroengeel. Bij de voet zit meestal een roodbruine vlek. De kroonbladen vallen snel af (vaak al voor de middag). Eke bloem heeft vijf kelkbladen, waarvan de buitenste twee kleiner zijn. De stijl is zeer kort of ontbreekt.


Hans Hillewaert - cc by-sa 3.0


Arria Belli - cc by-sa 2.0


Carsten Niehaus - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een doosvrucht met drie kleppen. De vruchtstelen staan recht af of zijn iets teruggeslagen. Tweezaadlobbig.


Gertjan van Noord - cc by-nd 3.0


Genevieve Botti - cc by-sa 2.0 fr


Emmanuel Stratmains - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, neutrale tot zwak zure zandgrond en op stenige plaatsen.

Groeiplaatsen Duinvalleien, glooiingen van lage duintjes en kale rotsen.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en West-Europa.

Nederland Inheems. Zeer zeldzaam.

België Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0