Gevlamde fijnstraal

Namen

Wetenschappelijk: Conyza bonariensis

Nederlands: Gevlamde fijnstraal

Frysk

English: Hairy fleabane

Français: Érigéron crépu (Vergerette de Buenos Aires)

Deutsch: Südamerikanisches Berufkraut

Geslacht: Conyza

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Het eerste deel van de Nederlandse naam geeft aan dat de plant oorspronkelijk uit Canada kwam en het tweede deel (fijnstraal) slaat op de fijne straalbloemen. Conyza betekentbedekt met as, waarschijnlijk door het grijze zaadpluis dat aan as doet denken. Bonariensis betekent afkomstig uit uit Buenos Aires (Bonaria).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Augustus, september en oktober.

Afmeting: 10-80 cm.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


John de Vos - CC BY-SA 2.0 FR


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0

Wortels


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


mississippiplants.org - CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn aangedrukt tot vaak  afstaand behaard.


© Frank van Gessele - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose  - CC BY 2.0

Bladeren: De bovenste bladen zijn smal lijnvormig, de onderste langwerpig-lancetvormig  (alle bladen zijn zijn spits). De stengelbladen zijn begroeid met korte, meestal kromme haren. De gekromde wimperharen zijn  korter dan 0,5 mm.


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand  - CC BY-SA 2.0 FR


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0

Bloemen: Polygaam. De bloeiwijze is min of meer tuilvormig, met lange zijtakken. De bloemhoofdjes  zijn 5-11 mm breed. De rechtopstaande lintbloemen  zijn draadvormig en worden 0,2-0,5 mm lang. De buisbloemen  zijn voor het grootste deel vijflobbig. De gevlamde fijnstraal onderscheidt zich van de hoge fijnstraal doordat de omwindselbladen  gewoonlijk een opvallend roodachtige top hebben (vandaar ook de naam van de plant).


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose  - CC BY 2.0


Harry Rose  - CC BY 2.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchtpluis  (pappus) is bruinachtig tot rozig bruin.  Tweezaadlobbig.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR


Harry Rose  - CC BY 2.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier en tredplant) op vrij droge, voedselrijke, omgewerkte of braakliggende, zandige grond.

Groeiplaatsen: Braakliggende terreinen, tussen plaveisel, tussen keien aan loskaden in havengebieden, tussen stenen  van kademuren in binnensteden, in bermen, op bouwterreinen, rommelhoekjes, puinstorten  en andere stenige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit de warmere gebieden in Midden- en Zuid-Amerika. Ingeburgerd in vrijwel alle andere werelddelen.

Nederland: Voor het eerst in 1994 gevonden  in Leiden. Sinds het begin van deze eeuw ingeburgerd in enkele stedelijke gebieden.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Recent ingeburgerd in enkele stedelijke gebieden.

Wallonië: Recent ingeburgerd in enkele stedelijke gebieden.

© 2001-2017 K.M. Dijkstra