Gele kamille - Anthemis tinctoria

Frysk: Giel poddekrûd

English: Golden Marguerite

Français: Anthémis des teinturiers

Deutsch: Färber-Hundskamille

Synoniemen: Cota tinctoria

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Kamille is een verbastering van het Griekse chamaimelon, uit chamai (op de grond) en melon (appel). Waarschijnlijk is deze naam ontstaan omdat het op de grond groeiende plantje enigszins naar appels ruikt. Dit blijkt ook uit de Vlaamse naam Appellijn voor de Echte kamille. Anthemis is afgeleid van het Griekse anthemon (bloem), omdat de soorten vaak vele bloemen vormen. Tinctoria betekent gebruikt om te verven.

Kruising: Gele kamille kan een bastaard vormen met Reukeloze kamille (Anthemicaria x hampeana).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend (vaak maar kortlevend).

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 30-60 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Kenpei - cc by-sa 3.0


H. Zell - cc by-sa 3.0

Wortels: Een vertakte wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De opgerichte stengels zijn iets viltig behaard en kunnen al of niet vertakt zijn.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bladeren: De bladen zijn enkel veerdelig met gelobde tot diep gezaagde slippen. Van boven zijn ze groen, van onderen witviltig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


bertrant.bui - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Polygaam. De gele, 2-5 cm grote bloemhoofdjes vormen samen enigszins schermvormige pluimen. De lintbloemen zijn 0,8-1½ cm lang. De schijfbloemen zijn buisvormig. De bloemhoofdjesbodem is halfbolvormig met langwerpige, spitse stroschubben en na de bloei niet verlengd. De omwindselbladen zijn viltig en liggen als dakpannen over elkaar.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: De nootjes zijn samengedrukt vierkantig met scherpe vleugelranden. Het vruchtpluis is kort en kroontjesachtig. Tweezaadlobbig.


Giorgio Faggi - cc by-nc-nd 4.0


Giorgio Faggi - cc by-nc-nd 4.0


Line Sabroe - cc by 2.0


©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge, matig voedselrijke en meestal stenige grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Muren (oude stadsmuren), zandvlakten, zandige plekken in uiterwaarden, omgewerkte bermen, braakliggende grond, ruigten (voedselrijke ruigten), ruderale plaatsen, hellingen en langs spoorwegen.

Verspreiding

Wereld: West-Azië en Zuid- en Midden-Europa.

Nederland: Ingeburgerd in de 17de eeuw. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Gele kamille levert een heldergele en olijfgroene verfstof.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl