Gele ganzenbloem - Glebionis segetum

Frysk: Giele guozzeblom

English: Corn Marigold

Français: Chrysanthème des moissons

Deutsch: Saat-Wucherblume

Synoniemen: Chrysanthemum segetum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Glebionis is mogelijk ontleend aan het Latijnse gleba (bodem) en ionis (karakteristiek). Segetum betekent van de graanakkers of tussen het graan groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 30-60 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, kale en iets vlezige stengels kunnen al of niet vertakt zijn.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De verspreidstaande bladen zijn blauwgroen, langwerpig, grof getand tot veerspletig en met getande slippen. De bovenste zijn tot minder dan de helft ingesneden. De onderste bladen zijn steelachtig versmald. De hogere bladen zijn zittend met een verbrede, iets stengelomvattende voet.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Polygaam. De gele bloemhoofdjes zijn 3½-5½ cm en met een vlakke schijf. De lintbloemen (zeer zelden ontbrekend) zijn bandvormig. De buisbloemen zijn ook geel. De bloemen hebben geen stroschubben. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: De nootjes zijn geribd met tien ribben. De nootjes van de straalbloemen zijn gevleugeld (twee vleugels), maar die van de buisbloemen niet (deze zijn min of meer rond). Er is geen vruchtpluis. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkarme, zwak zure tot neutrale, goed gedraineerde, lichte grond.

Groeiplaatsen: Akkers (graan- en hakvruchtakkers), bermen (open plekken of nieuwe bermen), omgewerkte grond, braakliggende grond, ruderale plaatsen, stortterreinen en langs spoorwegen (spoorwegtaluds).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied.

Nederland: Archeofyt. Vrij algemeen.

Vlaanderen: Archeofyt. Vrij algemeen.

Wallonië: Archeofyt. Vrij zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl