Wilde planten in Nederland en België

Geel duizendblad - Achillea filipendulina

Frysk: Giel skieppegerf

English: Fern-leaf Yarrow

Français: Achillée à feuilles de fougère

Deutsch: Goldgarbe (Hohe Schafgarbe, Farn-Schafgarbe)

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Duizendblad verwijst naar de heel fijn verdeelde bladen. Achillea is genoemd naar Achilles, de krijgsheld van Troje. Achilles redde zijn gewonde soldaten door de wonden met deze plant te behandelen. Filipendulina betekent aan draden samen hangend. Filipendula verwijst ook naar Moerasspirea (Filipendula) vanwege de gelijkenis tussen de bladen van beide soorten.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 100-120 cm.


Gertjan van Mill - cc by-nc-sa 3.0 nl


jacilluch - cc by-sa 2.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Raffi Kojian - cc by-sa 3.0

Wortels: Wortelstokken met korte ondergrondse uitlopers.


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


Royal Botanic Garden Edingburgh - cc by-nc-sa 4.0


Royal Botanic Garden Edingburgh - cc by-nc-sa 4.0

Stengels: Een sterk geurende plant. Een groene, viltig behaarde plant (met name als de plant jong is). Later in het jaar wordt de beharing minder.


Gertjan van Mill - cc by-nc-sa 3.0 nl


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Alice Chodura - cc by-sa 3.0


Lazaregagnidze - cc by-sa 3.0

Bladeren: De onderste bladen zijn gesteeld (tot 5 cm lang). De hogere bladen zijn vaak zittend. De varenachtige bladen zijn diep veerdelig. De verspreidstaande, vlakke, langwerpige bladen zijn twee- tot drievoudig geveerd. Ze zijn behaard, enigszins ruw, gelobd en gekarteld.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Joanna Boisse - cc by-sa 4.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Cas Heikens - cc by-nc-nd 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemstelen zijn lang. Een compact scherm (tuil) die tot 13 cm breed wordt en met gele bloemhoofdjes. Elk bloemhoofdje heeft in het centrum vijftien tot dertig, 2 -2,5 mm lange, gele buisbloemen en een rand van lintbloemen. Er zijn twee tot vier gele, vrij brede en korte lintbloemen. De plaat is tot 1 mm lang.


Gertjan van Mill - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden: Een nootje. Tweezaadlobbig.


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Salicyna - cc by-sa 4.0


Karen Fergason - cc by-nc 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochthoudende tot vochtige, goed doorlatende, humusrijke, min of meer voedselrijke, vaak lemige grond

Groeiplaatsen: Bermen, bosranden en ruderale plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Midden- en West-Azië.

Nederland: Ingeburgerd tussen 1975 en 1999. Zeldzaam.

Vlaanderen: Nog niet ingeburgerd. Zeldzaam.

Wallonië: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

©2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl