Wilde planten in Nederland en België

Gaspeldoorn - Ulex europaeus

Frysk: Hoannespoar

English: Common Gorse

Français: Ajonc d'Europe

Deutsch: Stechginster

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Gaspel in Gaspeldoorn is een verkleinwoord van het Middel-Nederlandse woord gaspe dat haak of gesp betekent. In de middeleeuwen werden dorens, onder andere die van de Gaspeldoorn, gebruikt als sluiting van kleding. Ulex stamt waarschijnlijk af van het Keltische ec of ac (punt), naar de stekels, maar volgens anderen van odax (stekelig). Europaeus betekent Europees.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: December t/m mei.

Afmeting: 60-200 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stam


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Takken: De donkergroene, gedoornde takken zijn geribd en afstaand behaard. Jonge takken zijn begroeid met afstaande grijze of rossige haren.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De wintergroene, stijve blaadjes zijn priemvormig met een scherpe stekelpunt. Normale bladen komen alleen aan kiemplanten en beschadigde delen van de struik voor. Ze zijn drietallig en/of ééntallig. De bladeren en de top van de takjes zijn omgevormd tot niet afbrekende harde dorens met een glanzend bruine top van 1,2-2˝ cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemstelen zijn afstaand behaard. De gele, alleenstaande bloemen groeien in de oksels van bladdoorns aan korte twijgen. De kroonbladen zijn 1,5-2 cm lang. De grote, strogele kelk heeft twee kleppen en is dicht afstaand behaard. Alle tien meeldraden zijn even lang en voor meer dan de helft met elkaar vergroeid.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De peulen zijn vrij kort (1-2 cm), dicht afstaand behaard en bevatten maar weinig (gifige) zaden. De vrucht is maar weinig langer dan de kelk. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen (vorstgevoelig) op min of meer droge, matig voedselarme, zwak zure, kalkarme, vaak omgewerkte grond (zand, löss en leem- of slibhoudend zand).

Groeiplaatsen: Heide, bermen, grasland (schraal grasland, met name extensief beweid of weinig gemaaid grasland), bosranden, struwelen, heggen, kapvlakten, hellingen, afgravingen (verlaten zandgroeven), langs holle wegen, langs spoorwegen (spoordijken) en zeeduinen (ontkalkte duinen en binnenduinen).

Verspreiding

Wereld: Van Portugal tot Schotland en op een aantal eilanden in de Atlantische Oceaan. Ingevoerd in Midden-Europa en ook in andere werelddelen.

Nederland: Vrij zeldzaam in de duinstreek, in het midden en oosten van het land en in de Kempen. Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij zeldzaam.

Toepassingen

Gaspeldoorn was in gebruik als groenbemester, brandhout en als doornhaag. De doornstruik werd vaak als brandstof gebruikt, b.v. in bakkerijen en bij het vervaardigen van baksteen. De plant was een krachtig afweermiddel tegen heksen en duivels. In Ierland en Wales werden takken van de gaspeldoorn boven de deur gehangen om boze geesten af te weren. Vroeger werd de struik ook bij huizen aangeplant om er de was op te kunnen drogen, zodat deze (door de doorns) niet wegwaaide. In Schotland wordt een kleurstof uit de bast gewonnen. Gaspeldoorn is een giftige struik (cytisine).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Botanische wandplaten


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Traité des arbres et arbustes, Nouvelle édition, deel 1, H.L. Duhamel du Monceau, P.J. Redouté (1800-1803)


Nouvelle iconographie fourragčre, Atlas, J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)


Rariorum plantarum historia, deel 1, C. Clusius (1601)


Flora forestal espańola, Atlas, deel 2, M. Laguna y Villanueva, P. de Avilla y Zumarán (1890)


Vollständige Beschreibung und Abbildung der Sämmtlichen Holzarten, F.L. Krebs (1826)


Leguminosae, Natürliche Pflanzenfamilien III, Paul Hermann Wilhelm Taubert (1891)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


British entomology, deel 1, J. Curtis (1823-1840)


Traité des arbrisseaux et des arbustes cultivés en France, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1825)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


Das Pflanzenreich, Hausschatz des Wissens, Ernst Gilg, Karl Schumann (1900)


Phytanthoza iconographia, deel 3, J.W. Weinmann (1742)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL