Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Echte kamille - Matricaria chamomilla

Andere namen

Frysk: Kamelle

English: German chamomile

Français: Camomille allemande

Deutsch: Echte Kamille

Verouderde of andere namen: Matricaria recutita, Chamomilla recutita

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Matricaria (Kamille)

Soort: Matricaria chamomilla

Naamgeving (Etymologie): Kamille is een verbastering van het Griekse chamaimelon. De geslachtsnaam komt van het Latijnse matrix (baarmoeder) of mater (moeder) en caria (zorg), omdat de planten werden gebruikt bij vrouwenziekten. Volgens anderen komt de naam van mata cara (geliefde moeder), omdat de plant was gewijd aan de heilige Anna, de moeder van de maagd Maria. Chamomilla (kamille) is afkomstig van het Griekse woord chamaimelon. Camai of chamai betekent grond of op de grond en millon of melon is appel. Waarschijnlijk is deze naam ontstaan omdat het op de grond groeiende plantje enigszins naar appels ruikt. Dit blijkt ook uit Vlaamse naam Appellijn.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september, oktober.

Afmeting: 10-40 cm.


Bff - CC BY-SA 4.0


kallerna - CC BY-SA 3.0


Jan Rehschuh - CC BY-SA 3.0


Giancarlodessi - CC BY-SA 3.0

Wortels


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De opstijgende of rechtopstaande, kantige stengels zijn vertakt en glanzend donkergroen.


Victor M. Vicente Selvas - CC BY-SA 3.0


Giscan - CC BY-SA 4.0


Alvesgaspar - CC BY-SA 3.0


Rob Hille - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De verspreidstaande en zoet geurende bladeren zijn twee- tot drievoudig veerdelig met vrijwel rolronde, lange, smalle, lijnvormige slippen.


Bff - CC BY-SA 4.0


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rob Hille - CC BY-SA 3.0


Rob Hille - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Polygaam. De 1-2½ cm grote bloemhoofdjes staan op lange stelen. De lintbloemen zijn wit. De vijftandige buisbloemen zijn geel. Tijdens de bloei verlengt de bloemhoofdjesbodem zich en wordt kegelvormig, hierdoor buigen de lintbloemen naar beneden. De bloembodem is hol (er zijn geen strioschubben) en kan wel twee tot drie keer zo hoog als breed worden. De omwindselbladen hebben geen bruine rand of ze hebben een bruinachtig topje. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


fir0002 - GFDL 1.2


Simplicius - CC BY-SA 3.0


Alina Zienowicz - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn afgerond en zwak geribd. Er is geen vruchtpluis en eveneens geen olieklieren aan de buitenkant. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Danny Steven S. - CC BY-SA 3.0


Rillke - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, min of meer humeuze, omgewerkte, zwak zure tot kalkrijke grond (rivierklei, zeeklei, leem, löss, mergel, en zand).

Groeiplaatsen: Akkers, braakliggende grond, dijken, wegranden, bermen (nieuw aangelegd), tuinen, plantsoenen, ruderale plaatsen, stortterreinen, afgravingen (zandgroeven), plantsoenen, zeeduinen en zoutsteppen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid-Europa. Nu in alle gebieden met een gematigd klimaat op het noordelijk halfrond, maar ook in Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika.


gbif.org

Nederland: Algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Wetenswaardigheden

In het volksgeloof in de Middeleeuwen was de werking van de plant het grootst als hij voor Sint Jan werd geplukt. Na die datum zou hij schadelijk zijn bij gebruik, omdat hij door heksen zou zijn besprenkeld. Als afweerkruid zou de plant heksen weg houden als hij aan het huis werd gehangen. Kamille is ontstekingsremmend, krampwerend, rustgevend en pijnstillend. Met name bij spijsverteringsklachten, veroorzaakt door stress, wordt Kamille vaak toegepast. De plant mag echter niet te lang achter elkaar worden gebruikt. In de homeopathie wordt het o.a. toegepast bij kinderen met klachten tijdens het krijgen van tanden, met name als ze daarbij last hebben van diaree. Ook wordt Kamille gebruikt in shampoo voor blond haar (blonde haren worden er lichter door en krijgen een mooiere glans). Van de gedroogde kamille wordt thee gezet voor onder meer mondspoeling. Echte kamille wordt o.a. verbouwd in Zuidoost-Europa, Egypte, India en Argentinië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)
Wilde Camille


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)
Wilde Camille


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)
Wilde Camille


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)
Wilde Camille


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Plantae officinales, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck, A. Henry (1828-1833)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 1, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1891-1893)


Medizinal Pflanzen, deel 1, F.E. Köhler, W. Müller (1887)


Flora homoeopathica, deel 1, E. Hamilton, H. Sowerby (1852)


La flore et la pomone francaises, deel 2, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1829)


Phytanthoza iconographia, deel 2, J.W. Weinmann (1739)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien, Hermann Zippel und Carl Bollmann (1879-1882)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Botanische wandplaten


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


British phaenogamous botany, deel 5: W. Baxter (1834-1843)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra