Dwergviltkruid - Logfia minima

Frysk: Toarblomke

English: Small cudweed

Français: Cotonnière naine

Deutsch: Kleines Filzkraut

Synoniemen: Filago minima

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Filago komt van filum (draad of spinsel), vanwege het viltige uiterlijk van de plant. Minima betekent zeer klein of de kleinste.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m september.

Afmeting: 2-15 cm.


Bernd Haynold - cc by-sa 3.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Wortels: Worteldiepte tot 20 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De dunne, rechtopstaande stengels zijn witgrijs viltig en vanaf de voet of boven het midden afstaand (gaffelvormig) vertakt. De hoofdas loopt niet tot boven in de plant door.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bladeren: Eerst vormt zich een rozet. De verspreidstaande, platte blaadjes zijn smal langwerpig tot lijnvormig en 0,4-1 cm lang. Ze zijn wit viltig behaard, onder het midden het breedst en hebben een afgeronde top.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Polygaam. De bloemen vormen kleine, witviltig behaarde kluwens (van hoogstens zes bloemhoofdjes), die meestal langer zijn dan de bladen aan de voet. De 2-3 mm lange, eivormige-kegelvormige hoofdjes zitten aan het eind van de stengels of in de oksels van de zijtakken. De bloemen zijn witachtig, 2-3½ mm en vijfkantig piramidevormig. De omwindselbladen zijn geelachtig, gekield en bovenaan kaal. De middelste is viltig aan de voet en uitgezakt. De stroschubben van de randstandige bloemen zijn in de vruchttijd leerachtig en met een kale, vliezige, geelachtige en glanzende top. Ze omsluiten dan de randstandige bloemen vrijwel volledig. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten en zaden: De nootjes zijn niervormig. Nootjes die in de oksels zitten zijn gekromd, de zaden in het midden van het hoofdje zijn recht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open, kale plaatsen (pioniervegetatie) op droge, voedselarme, zwak zure, humusarme grond (niet stuivend zand, grind en gruis).

Groeiplaatsen: Akkers, braakliggende grond, opgespoten grond, afgravingen (zand- en grindgroeven), grasland (open plekken in droog, zuur en schraal grasland), bermen (open plekken), wegranden (langs fietspaden en halfverharde wegen), langs spoorwegen (spoorwegterreinen), heide (vastgelegd stuifzand en open plekjes aan de rand van heide) en zeeduinen (zuidhellingen).

Verspreiding

Wereld: Noordwest-Afrika en Europa, behalve in het noorden en het uiterste zuidoosten.

Nederland: Inheems. Vrij algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl