Klaas Dijkstra

Dennenwolfsklauw
Huperzia selago


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Andrejus Gaidamavicius - cc by 4.0

In het kort.

  • Dennenwolfsklauw of Huperzia selago is een soort uit de Wolfsklauwfamilie (Lycopodiaceae).
  • Het is een overblijvende, 5-25 cm hoge wolfsklauw.
  • Een donkergroene, dicht bebladerde plant.
  • De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn gaffelvormig vertakt met dicht opeenstaande enrechtopstaande zijtakken.
  • Stijve, lijnvormige of langwerpige, 4-6 mm lange stekende bladen die schuin omhoog staan en geleidelijk zijn toegespitst. Ze bedekken elkaar niet en staan in 8 rijen.
  • Dennenwolfsklauw heeft rijpe sporen van juli t/m oktober.
  • Aan de voet van gewone stengelbladen zitten de gele sporenhoopjes.
  • Dennenwolfsklauw groeit op meestal licht beschaduwde, min of meer open plaatsen op vaak vochtige, voedselarme, licht zure zandgrond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. heide, broekbossen (op elzenstompen), naaldbossen, zandgroeven en onder kruipwilgen in de duinen.
  • Dennenwolfsklauw komt voor in koudere en gematigde streken op het noordelijk halfrond.
  • In Nederland is het een zeldzame inheemse wolfklauwsoort, in België is de plant zeer zeldzaam.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Stive wolvepoat

English Fir Clubmoss

Français Lycopode sélagine

Deutsch Tannen-Bärlapp

Synoniemen Lycopodium selago, Plompe wolfsklauw

Familie Lycopodiaceae (Wolfsklauwfamilie)

Naamgeving (Etymologie) De naam heeft te maken met de gelijkenis met de klauw van een wolf. Huperzia is genoemd naar Johann Peter Huperz (1771-1816), een Duitse botanist en varenkenner. Selago is afgeleid van het Keltische sel (gezicht) en jach (heilzaam), dus een soort geneesmiddel voor oogziekte.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Chamaefyt.

Rijpe sporen Juli t/m oktober.

Afmeting 5-25 cm.


Rosa-Maria Rinkl - cc by-sa 3.0


I.Sácek, senior - cc0


Ghislain118 - cc by-sa 3.0


Bernd Haynold - cc by-sa 3.0

Wortels


Didier Descouens - cc by-sa 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels Een donkergroene, dicht bebladerde plant. De rechtopstaande of opstijgende stengels wortelen alleen aan de voet. Ze zijn regelmatig gaffelvormig vertakt met dicht opeenstaande, ongeveer even lange rechtopstaande zijtakken.


Bernd Haynold - cc by 2.5


Bjoertvedt - cc by-sa 3.0


Muriel Bendel - cc by-sa 4.0


Muriel Bendel - cc by-sa 4.0

Bladeren De dofgroene, stijve, gaafrandige of iets getande en stekende bladeren zijn lijnvormig of  langwerpig, staan schuin omhoog (afstaand of los aanliggend), zijn geleidelijk toegespitst, 4-6 mm en vaak naar binnen gekromd. Ze staan min of meer rechtop. Ze bedekken elkaar niet en staan in 8 rijen. In de oksels van de bladeren aan de stengeltoppen groeien vaak broedknopjes, die weer kunnen uitgroeien tot nieuwe planten.


I, Pleple2000 - cc by-sa 3.0


Florian Grossir - cc by-sa 3.0


Kruczy89 - cc by-sa 3.0


Kim Hansen - cc by-sa 3.0

Sporen Aan de voet van gewone stengelbladen (er zijn dus geen aren) zitten gele sporenhoopjes. De vruchtbare bladen groeien bijeen in een 2-3 cm lang stengeldeel bij de top, maar niet aan de top van de stengels. De sporangien zitten dus in de oksels van de middelste bladen van iedere tak. Ze zijn niervormig en springen aan de bovenrand open. De sporen zijn lichtgeel.


Jerzy Opiola - cc by-sa 3.0


Bjoertvedt - cc by-sa 3.0


Tigerente - cc by-sa 3.0


Bernd Haynold - cc by 2.5

Biotoop

Bodem Zonnige of meestal licht beschaduwde, min of meer open plaatsen op meestal vochtige, soms droge, voedselarme, licht zure zandgrond.

Groeiplaatsen Droge heide, in broekbossen op elzenstompen, dennenbossen en andere naaldbossen, zandgroeven, opgespoten grond, oude karrensporen, onder kruipwilgen in de duinen.

Verspreiding

Wereld Koudere en gematigde streken op het noordelijk halfrond. Elders voornamelijk in gebergten.


Nederland Inheems. Zeldzaam.

België Inheems. Zeer zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0