Klaas Dijkstra

Bosklit
Arctium nemorosum


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Bosklit of Arctium nemorosum is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae).
  • Het is een tweejarige, 90-200 cm hoge plant.
  • Een penwortel.
  • Een stengel met wijd afstaande, boogvormig overhangende zijtakken.
  • De onderste, tot 50 cm grote bladen zijn breed hartvormig en aan de onderkant grijsgroen.
  • Bosklit bloeit van juni t/m september.
  • De groene of paarsrood aangelopen, eivormige bloemhoofdjes worden 2,5-4 cm breed. Ze zijn zeer kort gesteeld, maar meestal zittend
  • De klitten blijven vaak de hele winter aan de dode plant.
  • Bosklit groeit op zonnige of licht beschaduwde, vaak vrij open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. bosranden en kapvlakten.
  • Bosklit komt voornamelijk voor in Midden-Europa.
  • In Nederland is deze klit zeer zeldzaam en niet ingeburgerd. In België is de plant inheems en zeldzaam.

Uitgebreide beschrijving

Frysk

English Wood Burdock

Français Bardane des bois

Deutsch Hain-Klette

Synoniemen Arctium vulgare

Familie Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Klit heeft te maken met de vorm van de vruchten. Arctium is afkomstig van het Griekse arctos (beer), vanwege de ruwe bladen, maar met name de stekelige bloemhoofdjes, die op de borstelige, ruwe berenhuid lijken. Nemorosum betekent van de bossen.

Levensduur Tweejarig.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Juni t/m september.

Afmeting 90-200 cm.

Zaailingen

Salicyna - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas

Wortels Een penwortel.

Stengels Een stengel met wijd afstaande, boogvormig overhangende zijtakken.


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


Enrico Blasutto - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Bladeren De onderste bladen worden tot 50 cm. Ze zijn breed hartvormig en aan de onderkant grijsgroen en vrijwel kaal. Ze hebben een holle steel.


Enrico Blasutto - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De hoofdjes zijn trosvormig gerangschikt. De bloemhoofdjes groeien min of meer in kluwens. Ze worden 2,5-4 cm breed, zijn kaal en eivormig. De bloemen zijn even lang als de omwindselbladen. Ze hebben een heel korte steel of zijn meestal zittend. Ze zijn groen of paarsrood aangelopen. Het omwindsel heeft weinig of geen spinragachtige beharing. Het basale deel van de middelste omwindselbladen is 1,6-2,5 mm breed. De binnenste omwindselbladen zijn 1-6 mm langer dan de bloemen.


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een eenzadige dopvrucht of nootje. De klitten blijven vaak de hele winter aan de dode plant. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige of licht beschaduwde, vaak vrij open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen Bosranden en kapvlakten.

Verspreiding

Wereld Voornamelijk in Midden-Europa. Van Ierland in het westen tot in Zuid-Scandinvië in het noorden, de Karpaten in het oosten en Italië en de Balkan in het zuiden.


Nederland Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

België Inheems. Zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen Zaaien.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0