Klaas Dijkstra

Bosdroogbloem
Gnaphalium sylvaticum


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Peter Pilsl - cc by-nc-nd 4.0

In het kort.

  • Bosdroogbloem of Gnaphalium sylvaticum is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae).
  • Het is een overblijvende, 30-50 cm hoge plant.
  • Een wortelstok.
  • De rechtopstaande stengels zijn meestal niet vertakt. De korte, niet bloeiende stengeltjes zijn wit viltig behaard.
  • Langwerpige of lijnvormige, 2-6 cm lange en 2-5 mm brede bladen met meestal één nerf.
  • Bosdroogbloem bloeit van juli t/m september.
  • Een smalle samengetrokken pluim met korte trossen langwerpige en geelachtig witte bloemhoofdjes in de bladoksels en aan de stengeltop.
  • Bosdroogbloem groeit op zonnige of licht beschaduwde, open of grazige plaatsen op droge, voedselarme, zwak zure grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. bossen, bosranden, kapvlakten, struwelen, bermen in bosgebieden, grazige heid, braakliggende grond, spoordijken en kanaaldijken.
  • Bosdroogbloem komt voor in bijna heel Europa en in Azië en Canada.
  • In Nederland is deze inheemse plant vrij algemeen, in België is deze soort minder algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Bosksulverskier

English Heath Cudweed

Français Gnaphale des bois

Deutsch Wald-Ruhrkraut

Synoniemen Omalotheca sylvatica

Familie Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Gnaphalium komt van het Griekse gnaphalon (gekaarde wol), hetgeen slaat op het wolkleed bij vele soorten. Sylvaticum betekent in het bos groeiend.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Juli t/m september.

Afmeting 30-50 cm.


Hugues Tinguy - cc by-sa 2.0 fr


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Bernd Haynold - cc by 2.5


Hugues Tinguy - cc by-sa 2.0 fr

Wortels Een wortelstok.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De rechtopstaande stengels zijn meestal niet vertakt. De korte, niet bloeiende stengeltjes zijn wit viltig behaard.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Bernd Haynold - cc by 2.5


Hajotthu - cc by-sa 3.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

Bladeren De langwerpige of  lijnvormige, 2-6 cm lange en 2-5 mm brede bladen hebben meestal één nerf. Ze nemen naar boven toe geleidelijk in grootte af. Ze hebben een versmalde, zittende voet en vaak een iets omgerolde rand. De onderkant is wit behaard en de bovenkant is zwak behaard.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Hajotthu - cc by-sa 3.0

Bloemen Polygaam. De bloemen vormen een smalle samengetrokken pluim met korte trossen bloemhoofdjes in de bladoksels en aan de stengeltop. De bloemhoofdjes zijn langwerpig en geelachtig wit. De omwindselbladen zijn breed vliezig gerand en met een grote bruine vlek onder de top.


Hermann Schachner - cc0


Hermann Schachner - cc0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Bff - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden De nootjes zijn kort behaard. Het vruchtpluis is vaak enigszins roodbruin. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige of licht beschaduwde, open tot grazige plaatsen op droge, voedselarme, zwak zure grond (zand en leem).

Groeiplaatsen Lichte loofbossen, dennenbossen, langs boswegen, bosranden, kapvlakten, hakhoutbosjes, struwelen, droge warme bermen in bosgebieden, grazige heide, langs heidepaden, soms enigszins ruderale plaatsen, zandgroeven, braakliggende grond, spoordijken en kanaaldijken.

Verspreiding

Wereld Bijna heel Europa, behalve in het uiterste zuiden en in Azië en Canada.


Nederland Inheems. Vrij algemeen.

België Inheems. Vrij algemeen.

Toepassingen

Vermeerderen Zaaien.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0