Bleekgele droogbloem - Gnaphalium luteoalbum

Frysk: Giel sulverskier

English: Weedy cudweed

FranÁais: Gnaphale blanc-jaun‚tre

Deutsch: Gelbes Ruhrkraut

Synoniemen: Gnaphalium luteo-album, Pseudognaphalium luteoalbum, Helichrysum luteoalbum, Laphangium luteoalbum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Gnaphalium komt van het Griekse gnaphalon (gekaarde wol), hetgeen slaat op het wolkleed bij vele soorten. Luteo-album betekent geel-wit.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig (zelden overblijvend).

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m oktober.

Afmeting: 5-50 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een penwortel.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn witviltig behaard en meestal niet vertakt, behalve soms bij de voet (met van de voet opstijgende zijtakken) en hogerop in de bloeiwijze.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Harry Rose - cc by 2.0


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren: De plant vormt eerst een rozet van spatelvormige bladen. De onderste bladen zijn dus spatelvormig, maar de bovenste lijnvormig tot langwerpig. Ze hebben een halfstengelomvattende voet, dus zonder bladsteel en niet langs de stengel aflopend. De verspreidstaande stengelbladen zijn witviltig met een ingerolde rand.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Polygaam. De bloemen zitten aan de top van de hoofd- en zijstengels, in afgeronde kluwens (bolvormige hoofdjes) zonder bladen aan de voet. De bloemen zijn oranje- of roodachtig geel. Ze hebben geen lintbloemen. De randstandige bloemen in het hoofdje staan niet in de oksel van een omwindselblad. Het omwindsel is geelwit, kaal en glanzend. De buitenste omwindselbladen zijn kaal aan de buitenkant (loep gebruiken). Het vruchtbeginsel is onderstandig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Harry Rose - cc by 2.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


© Willie Riemsma - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Met vruchtpluis. Tweezaadlobbig.


© PB Pelser - phytoimages.siu.edu


verspreidingsatlas.nl - © Bert Verbruggen


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op matig vochtige tot natte, matig voedselarme tot matige voedselrijke, basische, meestal kalkhoudende grond (zand en leem). Vaak op plaatsen die in de winter onder water staan en 's zomers droogvallen.

Groeiplaatsen: Zeeduinen (jonge duinvalleien), drooggevallen zandplaten en ingedijkte schorren aan de kust, afgravingen (zandgroeven), waterkanten (voedselarme, zandige vijveroevers en ondiepe vijvers), heide (drooggevallen bodems van heidevennen), drooggevallen greppels, natte plekken op opgespoten grond, parkeerplaatsen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), tussen straatstenen, bermen en kapvlakten (plekken waar bos of struweel is gekapt).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest- en Zuid-AziŽ, delen van Afrika en Europa. Noordelijk tot in Midden-Engeland en Zuid-ScandinaviŽ.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

WalloniŽ: Inheems. Vrij zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl