Klaas Dijkstra

Bezemkruiskruid
Senecio inaequidens


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Bezemkruiskruid of Senecio inaequidens is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae).
  • Het is een overblijvende of soms eenjarige, 20-100 cm hoge plant.
  • Een bezemvormig vertakte plant.
  • De kantige stengels zijn opstijgend of staan rechtop. Ze zijn vanaf de houtige voet vertakt.
  • De bladen zijn lijnvormig, meestal 1-5 mm breed, iets vlezig, aan de voet verbreed en halfstengelomvattend.
  • Bezemkruiskruid bloeit van juni t/m december.
  • De meestal glanzend goudgele bloemen vormen een losse, sterk vertakte pluim, die voor de bloei overhangt.
  • Cilindervormige nootjes met bovenaan wit vruchtpluis.
  • Bezemkruiskruid groeit op meestal zonnige, vrij open plaatsen op matig droge tot vrij natte, matig voedselrijke grond.
  • Je kunt deze plant o.a. aantreffen langs spoorwegen, in de duinen, in bermen, op parkeerplaatsen, tussen straatstenen en op en tegen muren.
  • Bezemkruiskruid komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika.
  • In Nederland en België is dit kruiskruid vrij algemeen ingeburgerd.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Biezemkrúswoartel

English Narrow-leaved Ragwort

Français Séneçon du Cap

Deutsch Schmalblättriges Greiskraut

Synoniemen

Familie Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) De naam Bezemkruiskruid heeft te maken met de groeiwijze die wat lijkt op een omgekeerde bezem (door de smalle bladen). De naam kruiskruid is misschien ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio komt van senex (grijsaard), om het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Inaequidens betekent met ongelijke tanden.

Levensduur Overblijvend of soms eenjarig.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Juni t/m december.

Afmeting 20-110 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Een diepgaand wortelstelsel.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Stengels De plant is bezemvormig vertakt en weinig of niet behaard. De kantige stengels zijn opstijgend of ze staan rechtop. Soms zijn ze glanzend roodachtig. Ze zijn vanaf de houtige voet vertakt. Het onderste, houtige deel kan overwinteren.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren Giftig. De bladen zijn smaller dan die van de andere inheemse kruiskruiden. Ze zijn lijnvormig, 1-5 (soms tot 8) mm breed, donkergroen, iets vlezig, aan de voet verbreed (een geoorde voet) en halfstengelomvattend. De bladrand is gaaf of getand.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Polygaam. De bloemen vormen een losse, sterk vertakte pluim, die voor de bloei overhangt. De tien tot veertien lintbloemen (straalbloemen) zijn glanzend goudgeel, zelden bleekgeel. De buitenkrans van het omwindsel telt tien of meer blaadjes (gemiddeld dertien), die naar boven toe uitlopen in een witvliezige, franjeachtig getande rand. De vijf meeldraden zijn vergroeid met elkaar. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden De cilindervormige nootjes zijn behaard, met bovenaan sneeuwwit vruchtpluis. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, zelden licht beschaduwde, vrij open plaatsen (pionier) op matig droge tot vrij natte, matig voedselrijke grond (zand, zavel, löss, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen Langs spoorwegen, duinen, vrij open plekken langs rivieren en kanalen, bermen, grindgaten, mijnsteenbergen, vluchtheuvels, parkeerplaatsen, omgewoelde bermen, opgespoten grond, braakliggende grond, omgewerkte grond, tussen straatstenen, tegen muren, op oude muren, plantsoenen, industrie- en haventerreinen en steile hellingen. In Zuid-Afrika komt de plant voor in de bergen in het oosten op rotsige hellingen en met kiezel bedekte beekbodems.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit Zuid-Afrika. Met wol werd de soort naar Europa, Argentinië en Zuid-Australië verspreid. De eerste vondsten in Europa dateren van rond 1900.


Nederland Ingeburgerd tussen 1925 en 1949. Voor het eerst aangetroffen in 1939 in Tilburg. Algemeen.

België Ingeburgerd. Omstreeks 1920 voor het eerst gevonden bij Verviers i.v.m. de wolnijverheid en sinds ongeveer 1975 ingeburgerd. Algemeen.

Wetenswaardigheden

Zoals vrijwel alle planten van het geslacht Senecio bevat de plant pyrrolizidine alkaloïden. Consumptie door mens en (zoog)dier moet worden vermeden. Het kan leverbeschadiging tot gevolg hebben.

Toepassingen

Vermeerderen Zaaien.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0