Klaas Dijkstra

Amerikaanse vogelkers
Prunus serotina


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Amerikaanse vogelkers of Prunus serotina is een soort uit de Rozenfamilie (Rosaceae).
  • Het is een een 3 tot heel soms 20 meter hoge struik of boom.
  • Geen worteluitlopers.
  • De bruine schors op jonge stammen heeft duidelijke horizontale lenticellen.
  • De welriekende schors is bruin, maar jonge twijgen zijn eerst groen.
  • De verspreidstaande, giftige, breed lancetvormige, 5-12 cm lange bladeren zijn enigszins leerachtig en hebben een spitse top.
  • Amerikaanse vogelkers bloeit in mei en juni.
  • De witte, minder dan 1 cm grote bloemen groeien in een enigszins gedrongen tros.
  • De eerst rode, maar later paarszwarte, bolvormige bessen worden tot ongeveer 1 cm groot.
  • Amerikaanse vogelkers groeit op zonnige of licht beschaduwde plaatsen op droge of vochthoudende, kalkarme zandgrond.
  • Je kunt deze struik o.a. aantreffen aan bosranden, in loofbossen, in struwelen, op de heide en op verlaten spoorwegterreinen.
  • Amerikaanse vogelkers komt oorspronkelijk uit het zuiden en oosten van Noord-Amerika.
  • In Nederland en België is deze struik algemeen ingeburgerd.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Boskpest

English Black Cherry

Français Cerisier tardif

Deutsch Späte Traubenkirsche

Synoniemen Padus serotina, Cerasus serotina, Prunus virginiana, Bospest

Familie Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Prunus is mogelijk afgeleid van het Griekse prooinos (vroegtijdig), dat op het vroeg rijp zijn van de vruchten van de wilde pruim zou slaan. Serotina betekent laat bloeiend of groeiend.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Fanerofyt.

Hoofdbloei Mei en juni.

Afmeting 3-20 meter.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Geen worteluitlopers.


Krzysztof ZIarnek - cc by-sa 3.0

Stam De bruine schors op jonge stammen heeft duidelijke horizontale lenticellen en ruikt sterk bij beschadiging (een amandelgeur).


Chhe - Public Domain


Mongo - Public Domain


Kenraiz - cc by-sa 3.0


Krzysztof ZIarnek - cc by-sa 3.0

Takken De welriekende schors is bruin, maar jonge twijgen zijn eerst groen.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren De verspreidstaande, giftige, breed lancetvormige, 5-12 cm lange bladeren verschijnen voor de bloemen en zijn enigszins leerachtig en met een spitse top. Ze zijn eerst donkergroen, maar in de herfst verkleuren ze naar geel. Bij jonge struiken overwinteren dikwijls enige bladeren. De bovenkant van de bladeren is glanzend en kaal, maar aan de onderkant is de onderste helft van de middennerf zeer dicht (en meestal zeer kort) behaard (de zijnerven zijn niet of alleen aan de voet behaard). De talrijke zijnerven (vijftien tot dertig paar) staan dicht opeen en springen aan de onderkant weinig of niet uit. De bladrand is gezaagd.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De bloemen verschijnen later dan de bladeren. Ze vormen eerst samen een rechtopstaande, enigszins gedrongen tros. Ze zijn minder dan een centimeter in middellijn, met vijf roomwitte, rondachtige, 2,5-4 mm lange kroonbladen en eveneens vijf kelkbladen. De kelkbuis is blijvend. Er zijn twintig of meer meeldraden, die op de rand van de bloembodem zijn ingeplant. Het vruchtbeginsel is bovenstandig en heeft één stijl met één stempel. De bloemsteel wordt 3-6 cm lang.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een steenvrucht. De zwak giftige bessen vormen een tros. De eerst rode, maar later paarszwarte, bolvormige bessen worden tot ongeveer 1 cm in doorsnee. De kelk (het kroontje) is nog aanwezig bij de rijpe vrucht. De pitten zijn glad. De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar). Vogels (met name spreeuwen) eten de bessen en zorgen via hun uitwerpselen voor verspreiding. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige of licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot voedselarme, zwak zure tot zure, kalkarme zandgrond.

Groeiplaatsen Bosranden, loofbossen (vaak op verstoorde grond), struwelen, heide, middenduinen, braakliggende grond en verlaten spoorwegterreinen.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit het zuiden en oosten van Noord-Amerika, van Guatemala tot Zuidoost-Canada. Sinds het eind van de 19e eeuw ingeburgerd in Europa.


Nederland Ingeburgerd tussen 1900 en 1924. Algemeen.

België Ingeburgerd. Algemeen.

Opmerkingen

Een kreupele vorm van Amerikaanse vogelkers werd sinds het begin van de twintigste eeuw als vulhout in produktiebossen op voedselarme grond aangeplant. Amerikaanse vogelkers werd spoedig een plaag in de bosbouw vandaar ook de bijnaam 'bospest'. De struik treedt vaak op in storingssituaties, zoals op kapvlaktes, waar door mineralisatie van de afgevallen bladeren en dode takken, stikstof in de bodem vrijkomt.

Toepassingen

Cultuur Amerikaanse vogelkers wordt, met name in Midden-Europa, aangeplant voor het hout en als sierboom.

Keuken De kleine bessen zijn eetbaar, maar alleen als ze echt rijp zijn, dus als de kleur zeer donkerrood, bijna zwart is. Ze hebben een enigszins bittere smaak. Men kan er onder meer jam en sap van maken. Het blad en de pit zijn giftig. Het is dus sterk af te raden kersenpitten door te slikken. Bij geiten wordt na opname zelfs blauwzuur gevormd, wat zeer dodelijk is. Stikstofbemesting, droogte, vorst en bespuiting verhogen het gifstofgehalte.

Vermeerderen Zaaien.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0