Akkerklokje

Namen

Wetenschappelijk: Campanula rapunculoides

Nederlands: Akkerklokje

Frysk: Fjildklokje

English: Creeping Bellflower (June Bell, Rampion Bellflower, Rapion Bellflower, Rover Bellflower)

Français: Campanule fausse raiponce

Deutsch: Ausläufertreibende Glockenblume

Geslacht: Campanula, Klokje

Familie: Klokjesfamilie, Campanulaceae

Naamgeving: Campanula betekent klokje, naar de vorm van de bloem en rapunculoides is rapunzelachtig. Rapunculus betekent raapje (naar de vorm van de wortels).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten)

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 50-120 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Jean-Pol Grandmont - CC BY-SA 3.0


Anneli Salo - CC BY-SA 3.0


Isidre blanc - CC BY-SA 4.0


Cillas - GFDL


Matti Virtala - CC0

Wortels: Een penwortel met ondergrondse uitlopers. De penwortel is soms wat vlezig.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


https://garden.org - Public Domain


https://garden.org - Public Domain

Stengels: De stengel is stompkantig, vrij dun, onvertakt en meestal niet hoger dan 70 cm. De stengel is meestal weinig en kort, ruw behaard. De plant groeit soms in grote groepen.


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Isidre blanc - CC BY-SA 4.0


Zeynel Cebeci - CC BY-SA 4.0

Bladeren: Bij de bloei zijn de rozetbladen aan de stengelvoet verdwenen (wel aan de top van de uitlopers). Evenals de onderste stengelbladen zijn ze lang gesteeld met een hartvormige voet, eirond met meestal een spitse top, met een gezaagde tot dubbel gezaagde rand en een lange steel. De hogere stengelbladen zijn smaller (lancetvormig-eirond), minder diep gezaagd en kort gesteeld tot vrijwel zittend. Alle bladen zijn weinig behaard.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De blauwviolette, knikkende, trechtervormige, 2-3 cm grote bloemen staan in een lange naar één kant gekeerde, aarvormige tros, die vaak ongeveer de helft van de hoogte van de plant inneemt. De bloemen groeien in de oksels van kleine schutbladen. De afstaande tot teruggeslagen kelkslippen (kelktanden) zijn driehoekig-lancetvormig en veel korter dan de kroon. De kroonslippen zijn meestal gewimperd (aan de rand).


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een doosvrucht. De knikkende, kort behaarde vrucht opent zich met gaatjes nabij de voet (strooigaatjes waar de zaden door vrijkomen). De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (zand, leem, zavel, mergel, löss, rivierklei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bermen, struwelen, heggen, bosranden, akkers (akkerranden), grasland (weiland), rotsen, kalkhellingen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), plantsoenen, tussen straatstenen, rivierdijken (oeverbeschoeiingen), tegen muren en langs holle wegen.

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het uiterste zuiden en noorden. Ook in West-Azië. Ingeburgerd in Noord-Amerika en op een paar plaatsen in Australië en Nieuw-Zeeland.

Akkerklokje

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, in het rivierengebied, in Zeeland en in stedelijke gebieden. Elders zeldzaam verwilderd.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems. Beschermd.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam tot zeer zeldzaam. Het meest langs de Maas en in de oostelijke Leemstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Akkerklokje

Wallonië: Vrij algemeen in het zuidoosten van de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Toepassingen

Cultuur: Akkerklokje wordt als sierplant vaak in tuinen toegepast. De soort kan wel enigszins woekeren in de tuin.

Vermeerderen: Zaaien of scheuren.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F. W. van Eeden (1877)


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F. W. van Eeden (1877)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


Flora regni borussici, deel 10, A.G. Dietrich (1837-1844)


Curtis's Botanical Magazine, deel 16, S.T. Edwards (1803)


Curtis's Botanical Magazine, deel 26, J. Curtis (1826)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Plantarum selectarum icones pictae, N. Meerburgh (1798)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Taschenbuch zum Pflanzenbestimmen, Prof. Dr Paul Graebner (1918)


Handbuch der Systematischen Botanik, Richard Wettstein (1924)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


The garden. An illustrated weekly journal of horticulture in all its branches, deel 25 William Robinson (1884)


Monographie des Campanulées, A.L.P.P. de Candolle (1830)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra