Aarddistel - Cirsium acaule

Frysk:

English: Dwarf thistle

Français: Cirse acaule

Deutsch: Stengellose Kratzdistel

Synoniemen: Cirsium acaulon

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Cirsium is afgeleid van het Grieks kirsion (een soort distel). Acaule betekent stengelloos.

Kruising: Aarddistel kan een bastaard vormen met Moesdistel (Cirsium x rigens).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m september.

Afmeting: 5-10(-30) cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Isidre blanc - cc by-sa 4.0


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


Bernd Haynold - cc BY 2.5

Wortels: Een kruipende, houtige, zich vertakkende, lange wortelstok. Alleen de wortelstok overwintert.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bloemstengel is zeer kort (zeer zelden tot 30 cm), niet gevleugeld en niet gestekeld.


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


Th.Voekler - cc by-sa 3.0


Ivar Leidus - cc by-sa 3.0


Th.Voekler - cc by-sa 3.0

Bladeren: De sterk stekelige bladen vormen een rozet. De in omtrek lancetvormig-omgekeerd eironde bladen zijn veervormig gespleten tot gedeeld, met vrij korte en brede, hoekig drie- tot vierspletige, stekelig getande zijslippen. Van boven is het blad kaal en glanzend donkergroen. Van onderen zijn ze lichter groen en kort behaard. De rozetbladen sterven voor de winter af.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Tiia Monto - cc by-sa 3.0


Jirí Sedlácek - cc by-sa 4.0


Salicyna - cc by-sa 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Midden in het rozet groeit één (zelden twee tot vier), schijnbaar zittend bloemhoofdje. Het omwindsel is paarsachtig bruin, meer hoog dan breed en urnvormig (centaurieachtig) en nauwelijks stekelpuntig. De bloemen zijn 2-3 cm lang en roodpaars (zelden vleeskleurig of wit).


C T Johansson - ccby-sa 3.0


C T Johansson - ccby-sa 3.0


Isidre blanc - cc by-sa 4.0


Th.Voekler - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Vruchtjes met vruchtpluis aan de top. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Carstor - cc by-sa 3.0


Giacomo Bellone - cc by-nc-nd 4.0


Giacomo Bellone - cc by-nc-nd 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme, kalkrijke grond (mergel, duinzand en stenige grond) in een laagblijvende grasmat (b.v. door begrazing, lichte betreding of voedselarmoede).

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland, langs paden in kalkgrasland en weiland), bermen (schrale plaatsen), langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en elders ook in zeeduinen (grazige duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk vooral in  Midden- en West-Europa.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Vrij zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl