| Namen Nederlands: Zwarte lathyrus English: Black Pea Français: Gesse noire Deutsch: Schwarzwerdende Platterbse Wetenschappelijk: Lathyrus niger Familie: Vlinderbloemenfamilie, Fabaceae Beschrijving Afmeting: 30 tot 80 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni en juli. Wortels: Een houtige wortelstok zonder knollen. Stengels: De rechtopstaande stengels zijn sterk vertakt, niet gevleugeld, vrijwel kaal en worden bij verdroging zwart. Bladeren: De bladeren zijn geveerd met 4 tot 6 paar elliptische tot langwerpige, 1 tot 4 cm lange, stompe deelblaadjes met een stekelpuntige top. Bloemen: Een langgesteelde bloeiwijze met 3 tot 10 bloemen, die 1 tot 1½ cm groot worden. Ze zijn paarsblauw, maar later worden ze blauw. De kelk is 3½ tot 4½ mm. De kelktanden zijn minder dan half zo lang als de kelkbuis. Vruchten: De 3,5 tot 6 cm lange peul bevat 6 tot 10 (soms tot 14) zaden. Biotoop Bodem: Vrij zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op min of meer vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond. Groeiplaatsen: Lichte hellingbossen, struikgewas, bosranden, rotsachtige plaatsen. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot Nederland en België en noordelijk tot in Midden-Scandinavië. Uitgestorven in Groot-Brittannië (Schotland). Nederland
 Vroeger bij Nijmegen en op de Sint Pietersberg bij Maastricht. Voor het laatst gevonden in 1951. Rode lijst 0. Verdwenen. Vlaanderen: Niet in Vlaanderen. Wallonië: Uitgestorven of msschien nog zeer zeldzaam in de oostelijke Ardennen.
|