| Namen Nederlands: Zandhaver Frysk: Gelde rogge English: Lyme-grass (Blue Dune Lyme Grass) Français: Seigle de mer Deutsch: Strandroggen Wetenschappelijk: Leymus arenarius (Elymus arenarius) Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae) Beschrijving Afmeting: 60 tot 150 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m juli. Wortels: Lange, sterk vertakte, witte wortelstokken met lange uitlopers. Stengels: De stengels zijn vrijwel kaal. Zandhaver vormt grote groepen. Bladeren: De grijsblauwe bladeren worden 0,8 tot 2 cm breed. Bij vochtig weer staan ze vlak uitgespreid, maar bij droogte zijn ze opgerold. Ze hebben een stekende top. Op de bovenkant zitten ribben met een platte bovenkant en die ongeveer even hoog als breed zijn. Aan de voet zitten 2 oortjes. Het tongetje is zeer kort. Bloemen: De bloemen vormen een compacte aar van 10 tot 30 cm lang. De aartjes zijn 2 tot 3 cm lang en bevatten 2 tot 6 bloemen (meestal zijn het 3 of 4). Op elk gewricht van de aaras staan 2 aartjes naast elkaar, maar in het midden van de aar kunnen ze met 3 bij elkaar staan. Het topaartje staat afzonderlijk. De kafjes zijn behaard en lopen bovenaan in een scherpe punt uit. De kelkkafjes zijn bijna even lang als het hele aartje. Onderling zijn ze allemaal ongeveer even groot. Ze hebben 3 tot 5 nerven. De helmknoppen worden tot 8 mm lang. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stuivende of omgewerkte, min of meer kalkhoudende, vaak licht brakke grond (duinzand). Groeiplaatsen: Duinen (stuivende zandduinen, ruderale plaatsen in de duinen, langs boulevards, langs paden en afrasteringen, aan de rand van speelveldjes, op duintjes met beschadigde begroeiing), zandheuvels langs het IJsselmeer, opgespoten grond, industrieterreinen en langs spoorwegen (spoorbermen op duinzand en dan vooral tussen gruis aan de rand van het schouwpad). Verspreiding Wereld
 In Noord-Europa en aan de West-Europese kust zuidelijk tot de grens van Normandië en Bretagne en noordelijk tot de Noordkaap. Ook op IJsland. In Spanje en aan de Adriatische Zee vermoedelijk ingeburgerd. Nauw verwante soorten (of ondersoorten) komen voor aan de kust van Siberië en Japan, in noordelijk Noord-Amerika, Groenland en in steppengebieden in Midden-Europa en Midden-Azië. Nederland
 Algemeen langs de kust, plaatselijk algemeen in Zeeland en zeldzaam langs het IJsselmeer. Elders soms aangevoerd met duinzand. Vlaanderen
 Vrij algemeen langs de kust. Bij Mol en Balen op stuivende zandduinen, waarvan de bodem vervuild is met zware metalen. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Niet in Wallonië. |