| Namen Nederlands: Witte brunel English: Cut-leaved selfheal (Cutleaf Self Heal, White Self-heal) Français: Brunelle laciniée (Brunelle blanche) Deutsch: Weiße Brunelle Wetenschappelijk: Prunella laciniata Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae) Beschrijving Afmeting: 10 tot 30 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m oktober. Stengels: De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn dicht behaard. Vaak groeien de plant in grote groepen bij elkaar. Bladeren: De langwerpig-elliptische bladeren zijn 2 tot 5 cm lang. De gesteelde stengelbladen zijn meestal veerlobbig (diep ingesneden), maar soms met een gave rand. Er is een bladpaar direct onder de schijnkrans (het bloemhoofdje). Bloemen: De 1,5 tot 1,7 cm grote bloemen zijn gelig wit, zelden roze of paars. De kelk is nauwelijks getand. Zelden zijn er alleen kleine vrouwelijke bloemen. Biotoop Bodem: Zonnige plaatsen op droge, matig voedselrijke, kalkrijke grond. Groeiplaatsen: Kalkgrasland, bosranden en ruderale plaatsen. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in België en Groot Brittannië. Nederland: Niet in Nederland. Vlaanderen: Niet in Vlaanderen. Wallonië: Zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. |