| Namen Nederlands: Wintereik Frysk: Winteriik English: Sessile oak (Queen Elisabeth Oak) Français: Chêne sessile Deutsch: Trauben-Eiche Wetenschappelijk: Quercus petraea (Quercus sessilis) Familie: Napjesdragersfamilie, Fagaceae Beschrijving Afmeting: 15 tot 35 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April en mei. Stam: De kroon is vrij smal en dich. De schors is grijs en gekloofd. De stam loopt door tot in de top van de kroon. Takken: De kale takken zijn donker grijsgroen. Bladeren: De glanzend donkergroene, eironde bladeren zijn van onderen behaard op de nerven, met name op de hoofdnerf. De grootste breedte is ongeveer in het midden en de bladinsnijdingen zijn tamelijk ondiep en afgerond. Aan de voet is het blad wigvormig versmald. De bladsteel is 1 tot 3 cm. Bloemen: Mannelijke katjes zijn iets langer dan die van Zomereik. De meeldraden zijn korter dan de bloemdekslippen. Vrouwelijke bloemen groeien alleen of in kleine, vrijwel ongesteelde kluwens in de bladoksels. Ze verschijnen tegelijk met de bladeren. Vruchten: De eivormige eikels groeien met 3 tot 7 bij elkaar in behaarde, vrijwel zittende of hoogstens zeer kort gesteelde (maximaal 1 cm) napjes. Verse eikels zonder overlangse strepen. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot vrij vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond (voornamelijk op leem). Groeiplaatsen: Loofbossen (vooral in heuvelgebieden), in de binnenduinen en in heggen. Verspreiding Wereld
 In West-, Midden- en Zuidoost-Europa en in het Zwarte-Zeegebied. Nederland
 Zeldzaam in het oosten en midden van het land, in Zuid-Limburg en in de binnenduinen. Elders zeer zeldzaam. Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzaam in de Kempen en Vlaanderen. Niet in het kustgebied. Rode lijst. Achteruitgaand. Wallonië: Algemeen. Wetenswaardigheden Het hout is even waardevol als dat van de Zomereik. Eikenhout werd vroeger gebruikt bij het smelten van ijzererts. Het zorgde voor een gelijkmatig brandend vuur voor de smeltovens. Eikenschors bevat veel looizuur, een stof die gebruikt werd voor het looien van leer uit huiden. |