 | Namen Nederlands: Wijfjesvaren Frysk: Wyfkefear English: Lady Fern (Common ladyfern, Subarctic Lady Fern) Français: Fougère femelle Deutsch: Frauenfarn Wetenschappelijk: Athyrium filix-femina Familie: Wijfjesvarenfamilie, Woodsiaceae (Athyriaceae) Beschrijving Afmeting: 30 tot 80 cm. Levensduur: Overblijvend. Sporen: Juli t/m september. Wortels: Een opstijgende tot rechtopstaande wortelstok. Het jongere deel is bedekt met donkerbruine of zwarte schubben. Stengels: De paarsbruine en dun beschubde bladsteel is vrij kort (tot half zo lang dan de bladschijf). Bladeren: Dichte spiraalvormige bundels van niet wintergroene, lichtgroene, langwerpige tot eironde, dubbel tot drievoudig geveerde bladeren met de grootste breedte ongeveer in het midden. De deelblaadjes zijn vrij diep ingesneden. Vruchten: Sporenhoopjes groeien op de laagste zijnerven vlak langs beide kanten van de middennerf. De dekvliesjes zijn gewimperd en vallen laat af. Het onderste is meestal haakvormig, de andere zijn langwerpig tot lijnvormig. Biotoop Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond (zand, veen en leem). Groeiplaatsen: Oudere loofbossen, greppelkanten, heggen, struikgewas, langs beekoevers, opengekapte plekken in broekbossen, slootkanten, kanaaloevers, soms op vochtige muren aan waterkanten en op steenglooiingen. Verspreiding Wereld
 In alle werelddelen, behalve in Australië. Hoofdzakelijk in gematigde streken. Nederland
 Algemeen op de zandgronden in het oosten, noordoosten en zuiden van het land en in Zuid-Limburg en vrij algemeen in de zeeklei- en laagveengebieden. Vlaanderen
 Algemeen, maar zeldzaam in het kustgebied. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen. |