| Namen Nederlands: Westerse karmozijnbes English: American pokeweed Français: Raisin d' Amérique Deutsch: Amerikanische Kermesbeere Wetenschappelijk: Phytolacca americana (Phytolacca decandra, Phytolacca polyandra) Familie: Karmozijnbesfamilie, Phytolaccaceae Beschrijving Afmeting: 1 tot 2½ meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juli t/m september. Stengels: De stengels zijn vaak rood aangelopen. Bladeren: De grote, kale bladeren zijn langwerpig tot elliptisch, niet getand en met een spitse top. Bloemen: Lange gesteelde trossen met groenachtig witte, later roodachtige, 5 tot 6 mm grote bloemen. Met 10 meeldraden en 10 stijlen. De 10 vruchtbeginsels zijn vergroeid. Vruchten: De bessen zijn zwartpaars, geribd, vlezig en giftig. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke grond. Groeiplaatsen: Ruigte in stedelijke gebieden. Verspreiding Wereld
 Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Ingeburgerd in Europa. Nederland
 Zeldzaam ingeburgerd in stedelijke gebieden. Vlaanderen: Zo nu en dan verwilderd, maar niet standhoudend. Wallonië: Zelden verwilderd. Wetenswaardigheden Westerse karmozijnbes (Phytolacca americana) en Oosterse karmozijnbes (Phytolacca esculenta) worden ook wel beschouwd als 1 soort (Phytolacca acinosa). Het sap van de vruchten werd gebruikt als verfstof, maar ook om port en rode wijn te kleuren. Ondanks zijn giftigheid kauwden de indianen vroeger op de bessen als medicijn tegen reuma. In de homeopathie wordt het gebruikt als middel bij borstklierontstekingen en bij reuma. |