| Namen Nederlands: Trosraaigras Frysk: Strúskeraaigers English: Hybrid Fescue Deutsch: Schwingel-Lolch Wetenschappelijk: Festulolium x loliaceum (Festulolium x braunii, Festulolium loliaceum) Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae) Opmerking: Trosraaigras is de bastaard van Beemdlangbloem en Engels raaigras. De plant lijkt het meest op Beemdlangbloem. Beschrijving Afmeting: 30 tot 100 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m augustus. Stengels: Trosraaigras vormt losse pollen. Bloemen: De bloeiwijze lijkt het meest op Engels raaigras. De bloemen vormen een aar of tros. De onderste aartjes hebben de langste stelen. Soms zitten aan de voet 1 of enkele korte zijaren. Bij een deel van de aartjes groeit een onderste kelkkafje, dat tegen de aaras aan zit. Het is korter dan het bovenste, dat 5 tot 8 mm lang is en 3 tot 5 nerven heeft. Het lengteverschil tussen de beide kelkkafjes is 1 tot 4 mm. Vruchten: Trosraaigras is vrijwel onvruchtbaar. Biotoop Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige, voedselrijke, maar weinig bemeste grond (o.a. op klei). Groeiplaatsen: Oude weiland, oevers, slootkanten in uiterwaarden en beekdalen. Verspreiding Wereld: Onvoldoende bekend. Nederland: Vrij zeldzaam. Vlaanderen: Onvoldoende bekend. Wallonië: Onvoldoende bekend.
|