| Namen Nederlands: Tamme kastanje Frysk: Nuete kastanje English: Sweet Chestnut (European Chestnut) Français: Châtaignier commun Deutsch: Edelkastanie Wetenschappelijk: Castanea sativa Familie: Napjesdragersfamilie, Fagaceae Beschrijving Afmeting: 15 tot 30 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m juli. Wortels: Een diepgaand wortelstelsel. Stam: Een brede kroon. De schors van oudere bomen is bruingrijs met lengtegroeven. Takken: De 0.5 cm grote knoppen zijn groenachtig bruin, eivormig en met 2 of 3 schubben. Bladeren: De verspreidstaande, tot 25 cm lange bladeren zijn langwerpig, iets leerachtig, glanzend donkergroen, enkelvoudig en grof en scherp getand. Aan onderkant zijn ze eerst behaard, later worden ze kaal. De grootste breedte zit onder het midden. Bloemen: De lange, aarvormige, geelgroene bloeiwijze groeit rechtop in de bladoksels. Vrouwelijke bloemen groeien aan de voet, meestal 3 aan 3 en mannelijke bloemen er boven. Ze worden tot 20 cm lang, hebben 6 bloembladen, die alleen bovenaan vrij zijn en 6 stijve, draadvormige stempels. Vruchten: Met 1 tot 3 gladde, glanzende, eetbare noten (tamme kastanjes). Het omhulsel is een groene, langstekelige, openspringende bolster. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op matig droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond (zand en leem). Groeiplaatsen: Loofbossen, hellingbossen, binnenduinen en bosranden. Verspreiding Wereld
 Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied, het Zwarte-Zeegebied en in de Alpen. Sinds lang ingeburgerd (de Romeinse tijd) in West- en Midden-Europa. Ook in Klein-Azië en de Kaukasus. Nederland
 Vrij zeldzaam, maar plaatselijk algemeen op de hogere gronden van Midden- en Zuid-Nederland en in Zuid-Limburg, zeldzaam in Drenthe en in de binnenduinen en zeer zeldzaam op de Waddeneilanden en in laagveen-, rivierklei- en zeekleigebieden. Vlaanderen
 Algemeen, maar zeldzaam in het kustgebied. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen. Wetenswaardigheden Tamme kastanjes zijn gepoft prima eetbaar. De Romeinen maakten er een soort pap (pollenta) van. Men droogde de kastanjes langzaam boven een open vuur, waarna ze werden gemalen en met melk gemengd. Kastanjehout wordt evenals eikenhout gebruikt voor lambrizeringen en balken. |