| Namen Nederlands: Struisvaren Frysk: Skrobberfear English: Ostrich Fern (European Ostrich Fern) Français: Fougère allemande (Matteuccie) Deutsch: Straußenfarn Wetenschappelijk: Matteuccia struthiopteris Familie: Wijfjesvarenfamilie, Woodsiaceae (Athyriaceae) Beschrijving Afmeting: 35 tot 150 cm. Levensduur: Overblijvend. Sporen: Juli t/m september. Wortels: De korte, dikke wortelstok staat rechtop en komt iets boven de grond uit. Met lange uitlopers, waar aan de uiteinden weer nieuwe planten groeien. Stengels: Onvruchtbare bladeren hebben een zeer korte steel, vruchtbare bladeren een langere steel. Bladeren: De bladeren groeien dicht bij elkaar in een bundel. Onvruchtbare bladeren groeien aan de buitenkant. Deze zijn geveerd, smal langwerpig, naar de top versmald, worden tot 1½ meter lang en met aan beide kanten van de middennerf 30 tot 50 bladparen. Vruchtbare bladeren verschijnen later in het hart van de bundel. Deze staan stijf rechtop, worden ongeveer 0,5 meter lang en zijn eerst groenachtig, maar worden later donkerbruin. Alleen de vruchtbare bladeren overwinteren. Vruchten: De sporenhoopjes vind je in groepjes van 3 tot 5 op de zijnerven. Het dekvliesje scheurt aan de rand in. Biotoop Bodem: Licht beschaduwde, vaak open plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselrijke grond, vooral op plaatsen met kwel. Groeiplaatsen: Loofbossen, tuinen en parken. Verspreiding Wereld
 Van Oost-Azië tot in Oost-, Noord- en Midden-Europa. Ook in Noord-Amerika. Nederland
 Verwilderd vanuit tuinen en hier en daar ingeburgerd. Vlaanderen
 Verwilderd en zeer zeldzaam ingeburgerd. Rode lijst. Criteria niet van toepassing. Wallonië: Zeer zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen. Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd. |