| Namen Nederlands: Spaanse aak (Spaanse esdoorn) Frysk: Spaanske iik English: Field maple Français: Erable champêtre Deutsch: Feldahorn Wetenschappelijk: Acer campestre Familie: Esdoornfamilie, Aceraceae Beschrijving Afmeting: 3 tot 20 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei en juni. Stam: De schors is grijs en eerst glad, maar later gebarsten. Takken: Jonge takken zijn donzig. Bladeren: De lichtgroene bladeren zijn veel kleiner (5 tot 8 cm) dan die van Gewone esdoorn en Noorse esdoorn. Ze zijn gespleten in 3 of 5 slippen. De slippen zijn gegolfd tot gelobd. De onderkant is zacht behaard. De bladsteel bevat wit melksap. Bloemen: De bloemen vormen schermachtige, rechtopstaande pluimen. Ze zijn groengeel, 5 tot 6 mm groot en verschijnen tegelijk met de bladeren. Ze staan rechtop en zijn behaard. Vruchten: De vruchten zijn meestal behaard. De vleugels staan horizontaal af. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, neutrale tot kalkhoudende grond (mergel, zavel, löss, leem en beekafzettingen). Groeiplaatsen: Bossen, hellingbossen (vaak zuidhellingen), beekbegeleidende bossen, bosranden, rivierduinbosjes, duinen, heggen, hakhout en kreupelhout. Verspreiding Wereld
 In West-, Midden- en Zuidoost-Europa. Oostelijk tot bij de Kaspische Zee en noordelijk tot in Noord-Engeland en Zuidoost-Denemarken. Nederland
 Vrij algemeen in Zuid-Limburg, in het rivierengebied en in de Hollandse en Zeeuwse duinen en zeldzaam in het oosten van het land. Elders aangeplant en ingeburgerd. Vlaanderen
 Plaatselijk vrij algemeen. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Vrij algemeen in het Maasgebied, in Brabant en in de zuidelijke Ardennen. |