]\

Namen
Nederlands: Sleedoorn
Frysk: Krikelbeam
English: Blackthorn
FranÁais: Epine noire
Deutsch: Schlehe
Wetenschappelijk: Prunus spinosa
Familie: Rozenfamilie, Rosaceae
Geslacht:
Prunus
Kruising: Sleedoorn kan een kruising vormen met Pruim (Prunus x fruticans).
Naamgeving: Prunus is misschien afgeleid van het Griekse prooinos (vroegtijdig), dat op het vroeg rijp zijn van de vruchten van de wilde pruim zou slaan. Spinosa betekent " met dorens" .

Beschrijving
Afmeting: 1Ĺ tot 3 meter.
Levensduur: Overblijvend. Fanerofyt (winterknoppen minstens 50 cm boven de grond, heester).
Bloeimaanden: Maart, april en mei.
Wortels: Veel wortelopslag.
Stam: De bast is donkerbruin of vrij zwart.
Takken: Oudere takken eindigen in een doorn, jonge takken zijn dof viltig.
Bladeren: De eironde tot lancetvormige bladeren hebben de grootste breedte boven het midden. Ze zijn matgroen, gezaagd en 2 tot 4 cm groot. De bladsteel is 0,4 tot 1 cm lang.
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De alleenstaande bloemen groeien dicht bij elkaar op korte takjes. Ze verschijnen voor de bladeren en worden 1 tot 1,5 cm groot. De kroonbladen zijn wit, langwerpig en 5 tot 8 mm lang. De kelkbladen zijn onregelmatig en fijn getand. Een bloem bevat ongeveer 20 meeldraden.
Vruchten: Een steenvrucht. De rechtopstaande vruchten zijn bol- tot eivormig, 1 tot 1Ĺ cm in doorsnee en blauw tot blauwzwart van kleur. Ze groeien op korte stelen en zijn wrang van smaak. De zaden zijn zeer kortlevend (< 1 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Biotoop
Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen (vaak als pionier) op vrij droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende grond (lemig zand, mergel, lŲss, leem, zavel, klei en stenige plaatsen).
Groeiplaatsen: Bossen (lichte plaatsen in loofbossen), heggen, bosranden, struwelen, kapvlakten, bermen, dijken, zeeduinen, zandige uiterwaarden, afgravingen (kleigroeven), steile kalkhellingen, akkers (steile kanten langs akkers), langs spoorwegen (spoorbermen) en rivierduinen (zandduintjes langs rivieren).

Verspreiding
Wereld
Sleedoorn - Prunus spinosa
In Europa, noordelijk tot in Zuid-ScandinaviŽ en zuidelijk tot in Midden-Spanje en het zuidoosten van de Kaukasus. Ook in Zuidwest-AziŽ en Noordwest-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Nederland

Vrij algemeen in het zuidoosten, op de zandgronden en in de duinstreek en zeldzaam in Zuid-en Noord-Holland en het Fries-Groningse kleigebied.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Sleedoorn x Pruim

Vlaanderen
Sleedoorn - Prunus spinosa
Algemeen, maar minder algemeen in de Kempen en de Vlaamse zandstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

WalloniŽ: Algemeen.

Wetenswaardigheden
Van de vruchten (sleeŽn) maakt men jam en wijn. Ook worden ze gebruikt om gin op smaak te brengen. Het spinthout is lichtgeel, het kernhout bruin. Het is sterk en hard met een mooie glans. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt voor tanden van grasharken en wandelstokken. Door het dicht vertakt stelsel van ondergrondse stengeldelen met vele jonge loten, houdt de struik op hellingen de grond goed vast.

Sleedoorn - Prunus spinosa

Flora Batava, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall. Deel 6 (1832)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)

Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885 - 1905)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2014 Klaas Dijkstra