| Namen Nederlands: Rozenkransje (Rozekransje) Frysk: Roazekrânske English: Mountain Everlasting (Stoloniferous pussytoes) Français: Pied-de-chat (Antennaire dioïque) Deutsch: Katzenpfötchen Wetenschappelijk: Antennaria dioica Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) Beschrijving Afmeting: 5 tot 20 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei en juni. Stengels: De plant heeft bovengrondse, dunne, vertakte uitlopers. De rechtopstaande bloeistengels zijn niet vertakt. De stengels zijn grijsviltig behaard. Rozenkransje vormt zoden. Bladeren: De rozetbladeren zijn smal spatelvormig en in een steelachtige voet versmald. De stengelbladeren zijn lijnvormig tot langwerpig. Ze zijn niet gesteeld, hebben 1 nerf en zijn van boven groen en van onderen grijsviltig behaard. Bloemen: De bloemhoofdjes staan aan het eind van de steel met 2 tot 12 bij elkaar. De hoofdjes zijn 0,5 tot 1,2 cm groot. De omwindselbladen in het bovenste deel zijn lintbloemachtig. Die van de mannelijke hoofdjes zijn vaak wit en die van de vrouwelijke vaak roze. De bloemhoofdjesbodem heeft geen stroschubben. Rozenkransje is tweehuizig. Vruchten: Het vruchtpluis bestaat uit haren. Biotoop Bodem: Zonnige of zelden licht beschaduwde plaatsen op droge, matig voedselarme, niet bemeste, zwak zure, vaak licht betreden of begraasde grond (zand, lemig zand en leem). Groeiplaatsen: Grazige duinen, grazige heide, laagblijvend grasland, ijl kruipwilgstruikgewas en vrij open plekken met veel korstmossen. Verspreiding Wereld
 Koude en koel-gematigde streken in Europa en Azië. Nederland
 Zeer zeldzaam in de duinen, in Drenthe, Zuidoost-Fryslân, Overijssel, Gelderland en Zuid-Limburg. Rode lijst 1. Zeer sterk afgenomen. Vlaanderen
 Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen uit Vlaanderen. Rode lijst. Verdwenen. Beschermd. Wallonië: Zeer zeldzaam. Waarschijnlijk nog maar op drie plaatsen. Rode lijst. Met uitsterven bedreigd. Beschermd. |