| Namen Nederlands: Rode schijnspurrie Frysk: Read sparjekrûd English: Sand Spurrey (Purple Sand Spurry) Français: Spergulaire rouge Deutsch: Rote Schuppenmiere Wetenschappelijk: Spergularia rubra (Spergularia campestris) Familie: Anjerfamilie, Caryophyllaceae Beschrijving Afmeting: 5 tot 20 cm. Levensduur: Eenjarig, soms overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m oktober. Stengels: De kleine planten staan rechtop, grotere planten liggen, vaak stervormig uitgespreid op de grond. Ze zijn kleverig behaard. Bladeren: De tegenoverstaande bladeren zijnblijnvormig, hebben een stekelige punt (zijn genaald), niet vlezig en aan beide kanten vlak. De bovenste bladeren groeien in bundels. De zilverige steunblaadjes zijn langwerpig. Bloemen: De bloemen zijn donkerroze, maar aan de voet soms lichter. Ze zijn 3 tot 6 mm in doorsnee en bevatten meestal 10 of minder meeldraden. Vruchten: De donkerbruine zaden zijn niet gevleugeld en 0,4 tot 0,6 mm lang. Biotoop Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure en vaak iets verdichte grond. Het meest op zand, maar ook op lemig zand en stenige grond. Groeiplaatsen: Langs zandwegen, heide, zandige plekken in gazons, schrale weiland, perken, akkers, halfverhardingen en spoorwegterreinen. Verspreiding Wereld
 Een van oorsprong Europese soort, die nu in alle werelddelen voorkomt (ook in Zuid-Amerika). Nederland
 Vrij algemeen op de zandgronden in het midden, oosten en noordoosten en in Zuid-Limburg, vrij zeldzaam tot zeldzaam in het kustgebied, elders zeer zeldzaam. Vlaanderen: Vrij algemeen in de Kempen en Vlaanderen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. Wallonië: Vrij algemeen in Brabant en vrij zeldzaam in de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. |