Namen
Nederlands: Robertskruid (Groot robertskruid)
Frysk: Sweltsjeblom
English: Herb-Robert (Robert Geranium, Mountain Geranium)
FranÁais: Herbe ŗ Robert
Deutsch: Storchenschnabelkraut
Wetenschappelijk: Geranium robertianum
Familie: Ooievaarsbekfamilie, Geraniaceae
Geslacht:
Geranium, Ooievaarsbek
Naamgeving: Volgens sommigen komt de Nederlandse naam van de Franse abt Sint-Robert, die in de elfde eeuw de cisterciŽnzer kloosterorde stichtte. Volgens anderen is de naam afgeleid van herba rubea (rood kruid). Geranium komt van het Griekse geranios (kraanvogel), omdat de vrucht enigszins lijkt op de snavel van een kraanvogel. Robertianum (robertskruid) is misschien genoemd naar de eerste Salzburger aarstbisschop Rupert of Hrodperth (gestorven in 717), dit vanwege zijn geneeskracht. Het kan echter ook zijn afgeleid van ruber (rood), naar de kleur van de bloem of rode stengel en bladeren in de herfst. Herba ruberta of herba rubra betekent " rood kruid" , wat men later verbasterde tot Robert.

Beschrijving
Afmeting: 10 tot 60 cm.
Levensduur: Eenjarig. Therofyt (geen winterknoppen, eenjarig) of hemikryptofyt (winterknoppen op of iets onder de grond).
Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.
Wortels: Een zwak wortelgestel. Worteldiepte tot 10 cm.
Stengels: De stengels staan vaak wijd vertakt. Ze hebben klierharen, zijn iets vlezig en vaak donkerrood.
Bladeren: De bladeren zijn handdelig. De onderste bladeren hebben 5 en de bovenste meestal 3 veerdelige slippen. De bladstelen van de rozetbladeren zijn opzijgeslagen. De bladeren verspreiden een sterke geur.
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloeiwijze bevat meestal 2 bloemen. De kroonbladen zijn 0,8 tot 1,3 cm lang. Ze zijn helder roze of heel soms wit. De kelkbladen worden 6 tot 7 mm lang, ze zijn rood generfd en genaald. De helmknoppen zijn roodbruin en het stuifmeel is oranje.
Vruchten: Een kluisvrucht. De vruchten zijn meestal behaard en hebben scheve, langwerpige mazen. De zaden zijn glad. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Biotoop
Bodem: Meestal licht beschaduwde, maar soms zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (alle grondsoorten, behalve hoogveen).
Groeiplaatsen: Wallen, tuinen, braakliggende grond, rotsachtige plaatsen, oude muren, steenhellingen, bossen (loofbossen), bosranden, struwelen, heggen, hakhoutbosjes (voedselrijke zomen), kapvlakten, langs paden, plantsoenen, parken, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), in goten, zeeduinen, waterkanten (langs beekjes) en op boomstompen.

Verspreiding
Wereld
Robertskruid - Geranium robertianum
In alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat. Het meest in Europa. Ingeburgerd op het zuidelijk halfrond.

Nederland

Algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordoosten, het noordelijk zeekleigebied en op de Waddeneilanden.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Vlaanderen
Robertskruid - Geranium robertianum
Algemeen, maar zeldzamer in de Polders en in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

WalloniŽ: Algemeen.

Wetenswaardigheden
Volgens de Middeleeuwse tekenleer werd Robertskruid gebruikt om bloedziekten te behandelen, omdat de stengels en onderste bladeren in de herfst rood kleuren. De rode kleur en de onaangename geur van de plant worden weerspiegeld in talrijke volksnamen (Bloedwortel, Stinkende geranium). Ondanks deze onaantrekkelijke eigenschappen gebruikte men al vroeg in de Middeleeuwen Robertskruid bij de behandeling van wonden en ontvellingen. Hiertoe werd de plant in wijn gekookt. Het (al dan niet fijngewreven) kruid diende ook om ongedierte als motten, bedwantsen en hoofdluis te verjagen.

Robertskruid - Geranium robertianum

Flora Batava, Jan Kops. Deel 1 (1800)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)
B

Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2014 Klaas Dijkstra