| Namen Nederlands: Rivierfonteinkruid Frysk: Langstâlbearzerûch English: Loddon pondweed (Longleaf Pondweed) Français: Potamot à feuilles flottantes Deutsch: Flutendes Laichkraut (Flut-Laichkraut, Knoten-Laichkraut) Wetenschappelijk: Potamogeton nodosus Familie: Fonteinkruidfamilie, Potamogetonaceae Beschrijving Afmeting: 40 cm tot 2 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juli en augustus. Wortels: Een sterk vertakte wortelstok. Stengels: De stengels worden tot 1 meter lang en zijn naar boven toe weinig vertakt. Bladeren: De steel is vaak langer dan de bladschijf. De ondergedoken bladeren zijn lijnvormig tot langwerpig. De jonge bladeren hebben zeer fijne tandjes, die later afslijten. De drijvende bladeren zijn breder en liggen waaiervormig uitgespreid op het water. Ze zijn dun leerachtig en iets doorschijnend. Aan de onderkant hebben ze sterk uitspringende nerven en aan de voet zijn ze plotseling versmald. Bloemen: De aren zijn slank. De aarstelen zijn even dik of meestal dikker dan de stengel en naar boven enigszins verdikt. De bloemen zijn groenig. Vruchten: De vruchtjes zijn 3 tot 4 mm lang en scherp gekield. Er vindt maar weinig zaadvorming plaats. Biotoop Bodem: Zonnige plaatsen in niet te ondiep, zwak tot matig snel stromend, voedselrijk, kalkhoudend water met een bodem van van klei of grind. Groeiplaatsen: Rivieren, grindgaten, stenen beschoeiingen, kanalen, vijvers, plassen, sloten en oude waterlopen. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië, Zuid-Azië, Midden- en Zuid-Europa, noordelijk tot in Nederland en Duitsland en in Noord- en Midden-Amerika. Nederland
 Zeldzaam in het Keteldiep en de IJsselmond, in de Maas, het Julianakanaal en in Midden-Limburg ook in grindgaten. Elders zeer zeldzaam (o.a. in Noord-Brabant). Vroeger ook in de Waal bij Nijmegen. In 1954 voor het eerst gevonden in de Maas. Vlaanderen
 Zeldzaam in het Maasgebied. Pas in 1979 voor het eerst waargenomen. Rode lijst. Zeer zeldzaam. Wallonië: Niet in Wallonië.
|