 | Namen Nederlands: Pinksterbloem Frysk: Pinksterblom English: Cuckoo-flower Français: Cardamine des prés Deutsch: Wiesen-Schaumkraut Wetenschappelijk: Cardamine pratensis Familie: Kruisbloemenfamilie, Brassicaceae (Cruciferae) Ondersoorten: Gewone pinksterbloem (Cardamine pratensis subsp. pratensis), Moeraspinksterbloem (Cardamine pratensis subsp. dentata) en Cardamine pratensis subsp. dentata. Het is zeer de vraag of het inderdaad ondersoorten zijn of dat de verschillen alleen te maken hebben met de standplaats. Beschrijving Afmeting: 15 tot 50 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April t/m juni. Stengels: De holle, ronde of soms iets kantige stengels zijn vaak kaal en niet of alleen aan de voet vertakt. Bladeren: De rozetbladeren zijn rondachtig-eivormig en geveerd met een groot topblaadje, stengelbladeren zijn smaller met 4 tot 7 paar gave of soms getande deelblaadjes. Ze zijn niet of kort gesteeld. Moeraspinksterbloem heeft bredere deelblaadjes. Bloemen: De bloemen zijn 0,8 tot 1,8 cm. De kroonbladen zijn uitgerand en lila, lichtpaars, roze of wit van kleur. De helmknoppen zijn geel en de stijl is stomp. Moeraspinksterbloem: De bloemen zijn groter. Vruchten: Hauwen zijn 2 tot 5˝ cm lang en 1 tot 1˝ mm breed. Moeraspinksterbloem: De hauwen zijn groter. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, niet of licht bemeste, basische tot zwak zure grond (zand, leem, veen, zavel, klei en löss). Groeiplaatsen: Grasland, loofbossen, elzenbroekbos, moerassen, duinvalleien, drijftillen, heggen, bermen, grasvelden, slootkanten, vijverkanten, greppels, plantsoenen, verlandingsvegetaties (laagveen) en begraafplaatsen. Verspreiding Wereld
 Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond. Nederland
 Algemeen. Vlaanderen
 Zeer algemeen, maar iets minder algemeen in de duinen en in de Polders. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen. Wetenswaardigheden De geslachtsnaam Cardamine stamt van het Griekse kardia (hart) en damao (verzachten). De plant werd gebruikt bij hartklachten en soms bij epilepsie. Pinksterbloem werd vroeger als rauwkost gegeten, vooral tegen scheurbuik. De bladeren kunnen zowel mild als radijsachtig scherp smaken. Volksnamen als kievitsbloem en koekoeksbloem wijzen erop dat de bloeitijd samen valt met de terugkeer van de vogels in de lente. In sommige delen van Frankrijk werd de Pinksterbloem gevreesd, omdat men dacht dat adders erg op de plant gesteld waren. Wie de bloem plukte, zou binnen een jaar worden gebeten. In Duitsland zou degene die de Pinksterbloem plukte, samen met zijn of haar woning, door de bliksem getroffen worden. |