| Namen Nederlands: Oosterse morgenster Frysk: Gouden moarnstjer English: Oriental Salsify Français: Salsifis d'Orient Deutsch: Östlicher Wiesen-Bocksbart Wetenschappelijk: Tragopogon pratensis subsp. orientalis Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) Ondersoorten: Oosterse morgenster (Tragopogon pratensis subsp. orientalis). Gele morgenster (Tragopogon pratensis subsp. pratensis) Beschrijving Afmeting: 20 tot 90 cm. Levensduur: Tweejarig of meerjarig. Bloeimaanden: Mei t/m juli. Wortels: Een penwortel. Stengels: De rechtopstaande stengels zijn niet of weinig vertakt en meestal kaal. Onder de bloemhoofdjes zijn ze niet of nauwelijks verdikt. Bladeren: De smal langwerpige bladeren zijn lang toegespitst en hebben een gave rand. Bloemen: De lintbloemen zijn goudgeel of iets oranjegeel. Ze zijn ongeveer dubbel zo lang als de binnenste De gele helmknoppen hebben een bruinpaarse streep. Vruchten: De zaden zijn gesnaveld. Ze zijn voorzien van vruchtpluis van veervormige haren, die in elkaar grijpen. Biotoop Bodem: Zonnige, iets open tot grazige plaatsen op vochtige, voedselrijke, humushoudende, kalkhoudende grond. Groeiplaatsen: Rivierdijken, hoge delen van uiterwaarden en hooilanden. Verspreiding Wereld: In West-Azië en Oost- en Midden-Europa. Westelijk tot in Nederland. Nederland
 Zeldzaam in het rivierengebied en zeer zeldzaam langs de Gelderse IJssel en in Zuid-Limburg. Rode lijst 2. Sterk afgenomen. Vlaanderen: Niet in Vlaanderen. Wallonië: Zeldzaam in de zuidelijke Ardennen. Elders zeer zeldzaam. Wetenswaardigheden De bloemen zijn alleen 's ochtends geopend (vandaar de naam morgenster). |