| Namen Nederlands: Moederkruid Frysk: Sulverknoopke English: Feverfew Français: Grande Camomille Deutsch: Mutterkraut Wetenschappelijk: Tanacetum parthenium (Chrysanthemum parthenium) Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) Beschrijving Afmeting: 30 tot 60 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m september. Stengels: De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn bovenaan vertakt. Ze zijn weinig behaard en verspreiden een sterke geur. Bladeren: De vaak geelgroene bladeren zijn driehoekig-eirond en enkel of dubbel veerdelig. De bladslippen zijn min of meer afgerond. Meestal zijn de bladeren gesteeld. Bloemen: De bloemhoofdjes zitten in losse, rijkbloeiende, iets schermvormige pluimen. De hoofdjes zijn 1½ tot 2½ cm groot. De lintbloemen zijn wit, omgekeerd eirond en staan af. De buisbloemen zijn geel. Vruchten: De zaden zijn 10-kantig. Biotoop Bodem: Zonnige of soms licht beschaduwde, open plaatsen op vochtige, voedselrijke, vaak ammoniakhoudende, zwak zure tot kalkhoudende, omgewerkte grond (van zand tot klei en op stenige plaatsen). Groeiplaatsen: Braakliggende grond, struikgewas, heggen, rotsachtige plaatsen, wallen, oude muren, bermen (vaak bij gebouwen), tuinen, plantsoenen, tussen stenen aan de voet van muren, puinhopen en ruigte. Verspreiding Wereld
 Oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en Zuidwest-Azië. Ingeburgerd in West- en Midden-Europa en in delen van Amerika en Australië. Nederland
 Vrij zeldzaam ingeburgerd, maar zeldzaam in Noordoost-Nederland. Vlaanderen: Vrij zeldzaam ingeburgerd. Wallonië: Vrij zeldzaam ingeburgerd. Wetenswaardigheden Moederkruid is sinds de oudheid in medicinaal gebruik, onder meer om weeën op te wekken en kraamvrouwenkoorts te bestrijden, aan welk gebruik het zijn naam ontleent. Tegenwoordig wordt het nog wel gebruikt als geneeskruid tegen migraine. Ook wordt ze gekweekt als sierplant. |