| Namen Nederlands: Mansbloed Frysk: Sint-Jansstrúk English: Tutsan (Sweet-amber) Français: Androsème officinal (Androsème, Toute-saine) Deutsch: Mannsblut (Blut-Johanniskraut) Wetenschappelijk: Hypericum androsaemum (Androsaemum officinale) Familie: Hertshooifamilie, Hypericaceae (Guttiferae, Clusiaceae) Beschrijving Afmeting: 40 tot 100 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m augustus. Takken: Een rechtopstaande struik met houtige, uitgespreide en kale takken. Bladeren: De tegenoverstaande, eironde tot langwerpige bladen zijn soms stengelomvattend. Ze worden 4 tot 15 cm groot, zijn kaal en geven bij wrijven een lichte aromatische geur af. Ze zijn niet echt wintergroen, maar blijven wel lang aan de struk hangen. Bloemen: De gele, 2 tot 2,5 cm grote bloemen groeien in kleine, eindelingse groepjes. De kroonbladen zijn korter dan de kelkbladen. De kelkbladen zijn ongelijk van grootte. Elke bloem bevat 3 stijlen, deze half zo lang als het vruchtbeginsel. De meeldraden zijn in 5 bundels vergroeid. Vruchten: De eerst rode en later paars-zwart wordende bessen zijn vlezig en worden 0,7 tot 1 cm in doorsnee. Ze springen niet open. Biotoop Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige, kalkhoudende grond. Groeiplaatsen: Oevers, loofbossen, bosranden. Verspreiding Wereld
 In Zuidwest-Azië, Noord-Afrika, Zuid- en West-Europa. Ook in Groot-Brittannië en Ierland. Nederland: Niet in Nederland, maar soms verwilderd vanuit tuinen. Vlaanderen: Niet in Vlaanderen. Wallonië
 Zeer zeldzaam in het Maasgebied. Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd. |