 | Namen Nederlands: Madeliefje (madelief, meizoentje, koebloempje) Frysk: Koweblomke English: Daisy (English Lawn Daisy) Français: Pâquerette Deutsch: Gänseblümchen Wetenschappelijk: Bellis perennis Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) Beschrijving Afmeting: 5 tot 15 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Januari t/m december. Wortels: Een kort wortelstokje. Stengels: De dunne stengels hebben meestal geen bladeren en zijn aangedrukt behaard. Madeliefje heeft uitlopers en vormt matjes. Bladeren: De rozetbladeren zijn iets vlezig, langwerpig tot lepelvormig, al of niet getand, behaard, lichtgroen en worden tot 5 cm lang. Bloemen: De afzonderlijk op lange, dunne stelen staande bloemhoofdjes zijn 1 tot 3 cm groot. De witte en aan de top vaak roodpaarse lintbloemen zijn vrouwelijk. De gele buisbloemen zijn 2-slachtig. Het omwindsel bestaat uit ongeveer 13 even lange blaadjes. De bloemhoofdjesbodem is kegelvormig, hol, heeft een zwak gemaasd oppervlak en geen stroschubben. Vruchten: De zaden worden 1½ tot 2 mm lang en dragen rechtopstaande haren. Biotoop Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, betreden, beweide of vaak gemaaide, min of meer verdichte grond (alle grondsoorten). Groeiplaatsen: Weiland, gazons, bermen, regelmatig betreden en begraasde grasvelden, dijken, plantsoenen, tussen bestrating, uiterwaarden en duinvalleien. Verspreiding Wereld
 In Europa, behalve in het noordoosten. Ook in Zuidwest-Azië. Ingeburgerd in delen van Noord- en Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië en Nieuw-Zeeland. Nederland
 Algemeen. Vlaanderen
 Zeer algemeen. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Zeer algemeen. Wetenswaardigheden Zijn Latijnse naam betekent: mooie overblijvende schoonheid. De Nederlandse naam madeliefje is waarschijnlijk afkomstig van maagde-lief, omdat het bloempje vroeger in verband werd gebracht met de heilige maagd Maria. Veel volksnamen benadrukken echter andere eigenschappen van de plant. De bloeitijd leidde tot vele namen waarin de maand mei voorkomt, maar ook de voorkeur van de plant voor grasvelden en het feit dat koeien en schapen de bloemen kennelijk graag lusten zien we terug. Vroeger zei men dat de lente was begonnen als je met één voet negen madeliefjes kon bedekken. In de Middeleeuwen werden de verse of gedroogde bloempjes gebruikt om wonden te genezen, maar ook bij reumatiek en nierziekten. Het madeliefje bevordert de bloedsomloop en zou bloedreinigend zijn. In de oksel van de omwindselbladen ontspringen soms steeltjes die in verticale richting doorgroeien en in nieuwe, kleine hoofdjes uitlopen. Op die manier kan een centraal hoofdje door een krans van hoofdjes omringd worden. Onder de Engelse naam 'Hen-and-chicken daisy' is deze erfelijk afwijkende vorm als tuinplant in cultuur. Vaker worden planten met forse, vaak gevulde en/of geheel roodbloemige hoofdjes gekweekt. Ook is een vorm met alleen buisbloemen bekend. |