Namen
Nederlands: Madeliefje (madelief, meizoentje, koebloempje)
Frysk: Koweblomke
English: Daisy (English Lawn Daisy)
FranÁais: P‚querette
Deutsch: GšnseblŁmchen
Wetenschappelijk: Bellis perennis
Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae)
Geslacht:
Bellis, Madeliefje
Naamgeving: De Nederlandse naam Madeliefje is waarschijnlijk afkomstig van maagde-lief, omdat het bloempje vroeger in verband werd gebracht met de heilige maagd Maria. De Latijnse naam Bellis perennis betekent " mooie, overblijvende schoonheid" .

Beschrijving
Afmeting: 5 tot 15 cm.
Levensduur: Overblijvend. Hemikryptofyt (winterknoppen op of iets onder de grond).
Bloeimaanden: Januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november en december.
Wortels: Een kort wortelstokje. Worteldieptye tot 10 cm.
Stengels: De dunne stengels hebben meestal geen bladeren en zijn aangedrukt behaard. Madeliefje heeft uitlopers en vormt matjes.
Bladeren: De rozetbladeren zijn iets vlezig, langwerpig tot lepelvormig, al of niet getand, behaard, lichtgroen en worden tot 5 cm lang.
Bloemen: Polygaam (bloemen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en bloemen met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). De afzonderlijk op lange, dunne stelen staande bloemhoofdjes zijn 1 tot 3 cm groot. De witte en aan de top vaak roodpaarse lintbloemen zijn vrouwelijk. De gele buisbloemen zijn 2-slachtig. Het omwindsel bestaat uit ongeveer 13 even lange blaadjes. De bloemhoofdjesbodem is kegelvormig, hol, heeft een zwak gemaasd oppervlak en geen stroschubben.
Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden worden 1Ĺ tot 2 mm lang en dragen rechtopstaande haren. De zaden zijn langlevend (> 5 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Biotoop
Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, betreden, beweide of vaak gemaaide, min of meer verdichte, vaak bemeste grond (alle grondsoorten).
Groeiplaatsen: Grasland (weiland, gazons en regelmatig betreden en begraasde grasvelden), bermen, dijken, plantsoenen, tussen straatstenen, uiterwaarden en zeeduinen (duinvalleien).

Verspreiding
Wereld
Madeliefje - Bellis perennis
In Europa, behalve in het noordoosten. Ook in Zuidwest-AziŽ. Ingeburgerd in delen van Noord- en Zuid-Amerika, Zuidoost-AziŽ en Nieuw-Zeeland.

Nederland

Algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Vlaanderen
Madeliefje - Bellis perennis
Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

WalloniŽ: Zeer algemeen.

Wetenswaardigheden
De bloeitijd leidde tot vele namen waarin de maand mei voorkomt, maar ook de voorkeur van de plant voor grasvelden en het feit dat koeien en schapen de bloemen kennelijk graag lusten zien we terug. Vroeger zei men dat de lente was begonnen als je met ťťn voet negen madeliefjes kon bedekken.
In de Middeleeuwen werden de verse of gedroogde bloempjes gebruikt om wonden te genezen, maar ook bij reumatiek en nierziekten. Het madeliefje bevordert de bloedsomloop en zou bloedreinigend zijn.
In de oksel van de omwindselbladen ontspringen soms steeltjes die in verticale richting doorgroeien en in nieuwe, kleine hoofdjes uitlopen. Op die manier kan een centraal hoofdje door een krans van hoofdjes omringd worden. Onder de Engelse naam 'Hen-and-chicken daisy' is deze erfelijk afwijkende vorm als tuinplant in cultuur. Vaker worden planten met forse, vaak gevulde en/of geheel roodbloemige hoofdjes gekweekt. Ook is een vorm met alleen buisbloemen bekend.

Madeliefje - Bellis perennis

Flora Batava, Jan Kops. Deel 1 (1800)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2014 Klaas Dijkstra