 | Namen Nederlands: Liggende klaver Frysk: Túchklaver English: Hop Trefoil Français: Trèfle champêtre Deutsch: Feld-Klee Wetenschappelijk: Trifolium campestre Familie: Vlinderbloemenfamilie, Fabaceae Beschrijving Afmeting: 5 tot 30 cm. Levensduur: Eenjarig. Bloeimaanden: Mei t/m september. Stengels: De opstijgende tot rechtopstaande stengels zijn min of meer behaard. Bladeren: De kort gesteelde bladeren hebben 3 omgekeerd-eironde, aan de top meestal afgeronde deelblaadjes. Het middelste heeft een steeltje van ongeveer 3 mm, de beide deelblaadjes aan de zijkanten zijn vrijwel zittend. De steunblaadjes zijn eirond, aan de top lang toegespitst en over ongeveer de helft van hun hoogte met de bladsteel vergroeid. Bloemen: De bolvormige bloeiwijze bevat 20 tot 40 bloemen. De bloeiwijze is 0,7 tot 1 cm lang en staat op een stevige, vrijwel rechte steel. De afzonderlijke bloemen staan op heel korte steeltjes. De citroengele bloemen zijn 4 tot 5 mm groot. Na het uitbloeien worden ze strobruin. De vlag is breed en heeft vele hoogteplooien. E vlag is alleen aan de top naar binnen gekromd en duidelijk langer dan de andere kroonbladen. Vruchten: De peulen zijn eivormig en bevatten meestal maar 1 zaadje. De stijl is duidelijk korter dan de rest van de vrucht. Biotoop Bodem: Zonnige, droge tot iets vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet of weinig bemeste, meestal kalkhoudende grond (zand, leem, zavel en mergel). Groeiplaatsen: Bermen, paden, duinen, schraal grasland, zandduintjes langs rivieren, dijken, kalkgroeven en leemgroeven. Verspreiding Wereld
 In Europa, behalve in de meest noordelijke delen. Ook in Zuidwest-Azië en Noord-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika. Nederland
 Plaatselijk vrij algemeen in de duinen, Zeeland en het rivierengebied. Elders vrij zeldzaam. Vlaanderen: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Kempe. Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen. |