| Namen Nederlands: Koraalmeidoorn Français: Aubépine à feuilles en éventail Deutsch: Großkelchiger Weißdorn (Langkelchiger Weißdorn) Wetenschappelijk: Crataegus rosiformis (Crataegus rhipidophylla, Crataegus calycina, Crataegus curvisepala) Familie: Rozenfamilie, Rosaceae Beschrijving Afmeting: 2 tot 6 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei en juni. Takken: De korte, kale takken zijn paarsachtig of kaneelbruin. Bladeren: Dd driehoekig-eironde bladeren zijn meestal tot op de helft gelobd tot gespleten. De bladslippen zijn scherp en fijn getand, behalve aan de wigvormige bladvoet. De steunblaadjes hebben dicht opeenstaande scherpe tanden, met daarop meestal gesteelde klieren. Bloemen: De witte bloemen zijn 1½ tot 2 cm in doorsnee. Elke bloem heeft1 stijl. De kelkbladen zijn langwerpig, hebben een iets verbrede voet en zijn smal driehoekig toegespitst. Vruchten: De lichtrode bessen zijn 1 tot 1,5 cm. Ze hebben een opstaande kelk en bevatten 1 pit. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige tot matig droge, matig voedselrijk tot voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudend, humeuze, lemige grond. Koraalmeidoorn is minder lichtbehoeftig dan Eenstijlige meidoorn. Groeiplaatsen: Lichte plekken in loofbossen (vaak op warme en meer kalkrijke plaatsen), struwelen en heggen. Verspreiding Wereld
 In Midden- en Noordwest-Europa en Zuidwest-Azië. Westelijk tot in Nederland en België. Niet in het uiterste noorden. Nederland
 Mogelijk zeer zeldzaam. Vlaanderen
 Uitgestorven. Hybriden komen echter nog wel voor. Rode lijst. Verdwenen. Wallonië: Zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen. Wetenswaardigheden Vaak komen er tussenvormen voor van Eenstijlige en Tweestijlige meidoorn met Koraalmeidoorn (hybriden). © 2001-2012 Klaas Dijkstra |