 | Namen Nederlands: Knollathyrus English: Bitter Vetchling Français: Gesse des montagnes Deutsch: Bergplatterbse Wetenschappelijk: Lathyrus linifolius (Lathyrus montanus) Familie: Vlinderbloemenfamilie, Fabaceae Beschrijving Afmeting: 15 tot 40 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April t/m augustus. Wortels: Ondergrondse, sterk vertakte uitlopers met dikke harde knollen op de vertakkingspunten van de uitlopers. Stengels: De kale stengels zijn zigzagsgewijs gebogen en gevleugeld. Bladeren: Geveerde bladeren met 1 tot 3 (zelden 4) paar smal lancetvormige tot elliptische, 1,5 tot 5 cm lange deelblaadjes. De bladas eindigt priemvormig zonder rank of topblaadje. De half-spiesvormige steunblaadjes zijn ongeveer even lang als de bladsteel. Bloemen: Langgesteelde trossen met 2 tot 6 bloemen van 1 tot 1,8 cm. Ze zijn eerst licht paarsrood, later fletsblauw tot groenachtig. De onderste 3 kelktanden zijn meer dan half zo lang als de kelkbuis. De kelk is 5½ tot 7½ mm. Vruchten: De kale peulen zijn rood- tot zwartbruin, 2,5 tot 4,5 cm lang en 0,4 tot 0,5 cm breed en met een korte snavel. Ze bevatten 6 tot 10 gladde zaden. Biotoop Bodem: Vrij zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot min of meer vochtige, matig voedselarme, onbemeste, zwak zure tot neutrale grond (leem en mergel). Groeiplaatsen: Bosranden, struwelen, loofbossen, kalkrijkere hellingbossen, lemige bermen van boswegen, kapvlakten, hellingen, grazige heide, heischraal grasland, bermen en afgravingen (leemgroeven). Verspreiding Wereld
 In West- en Midden-Europa, van Midden-Spanje en de Balkan tot in Midden-Scandinavië. Nederland
 Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg, tussen Nijmegen en Gennep, op de Veluwe, in Twente en Drenthe. Rode lijst 1. Zeer sterk afgenomen. Vlaanderen
 Zeer zeldzaam. Achteruitgaand. Rode lijst. Bedreigd. Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen ten zuiden van de Samber en de Maas, vooral in de Ardennen, maar ook in het Maasdistrict en Lotharingen. Wetenswaardigheden De geslachtsnaam komt van het Griekse la (erg) en thyros (prikkelend, afvoerend), omdat de planten van dit peulvruchtengeslacht bekend stonden om de stimulerende werking op het liefdesleven. Knollathyrus dankt zijn Nederlandse naam aan de niet eetbare knolletjes op de wortelstok. |